Vergersweg 22- 24, 6707 HT Wageningen T: 0317- 416090

De crisisjaren

- de winter van 1929

De winter van 1929 is legendarisch ook al zette hij laat in. Eerst half januari begint het ligt te vriezen en echt koud wordt het pas vanaf 10 februari, maar dan is het ook ‘Siberisch koud’. De KNMI meet in de periode tussen 10 tot 20 februari gemiddeld een temperatuur van -18o. In Duitsland vriest het al langer en dat zorgt er voor dat er al op 2 februari drijfijs op de Rijn wordt waargenomen. Het drijfijs neemt zo snel toe dat de gierpont er spoedig last van krijgt en nog diezelfde avond uit de vaart moet worden genomen. Voetgangers kunnen uitsluitend nog worden overgezet met het motorveer, maar niet zonder risico. Op 12 februari zit de Rijn helemaal vast. De op en over elkaar geschoven schotsen vormen een ijslaag van wel 50 centimeter. De veerlui die natuurlijk zijn ‘uitgevroren’ maken zich verdienstelijk door een pad over de rivier uit te zetten met boomtakken en de meest ongelijke stukken op het ijspad glad te hakken. Dunne stukken worden bevloeid om een dikkere ijslaag te krijgen. Voor een veilige overtocht wordt het pad stroef gemaakt met zand. Zelfs auto’s maken gedurende enige dagen gebruik van het ‘veerpad’. Op 19 februari begint het ijs aan de Wageningse oever af te brokkelen. De papierfabriek te Renkum, loost water op de rivier met een temperatuur van ver boven het vriespunt en dat zorgt er voor, samen met chemische verontreiniging, dat het ijs wordt aangetast. Aan de ijspret komt nu een einde, maar aan de overlast eerst op 13 maart. De strenge winter heeft uiteraard zijn invloed op het sociale en economische leven in de stad. De lonen zijn laag en veel werknemers zijn werkloos. Het armenwezen moet in deze strenge winter meer ondersteuning bieden aan behoeftige gezinnen dan in andere winters. Er zijn meer werknemers die in de werkverschaffing terecht komen dan ooit tevoren. Van gemeentewege is de steun É12 per week. Grote gezinnen krijgen vanaf het vijfde kind een toeslag van É0,75 per kind. De bedeling voorziet per gezin ook nog in een bon voor een mud cokes, een bon voor 1,6 kg bruin en witbrood en een bon voor koffie, thee, erwten, rijst en een pakje margarine. De gasfabriek levert de cokes, maar er is niet voldoende voorraad voor een ieder die geduldig in de rij op zijn of haar beurt wacht. Op is pech gehad en de volgende dag opnieuw in de rij staan. Is de cokes op dan moet er turf worden gestookt, die in de stad een bijzondere geur achterlaat.1
De strenge winter staat aan de vooravond van de economische crisis die Europa zal teisteren en werpt als het ware zijn schaduwen vooruit.

- Lombok

De behoefte aan goede en betaalbare woningen is eind jaren twintig van de twintigste eeuw nog steeds aanwezig. Deels komt dat door de groeiende bevolking, maar ook door de sloop van krotwoningen in de binnenstad, de Mennonietenbuurt en aan de Tramweg. Het gemeentebestuur bereidt een aantal uitbreidingsplannen voor en koopt begin 1927 de nodige grond in de buurt van het Sportpark. Om de huizen betaalbaar te houden is het uitgangspunt dat de bouwkosten zou laag mogelijk moeten blijven. De nieuwe bewoners zijn werklieden die tot de armste van de armste behoren en maar weinig huur kunnen betalen. Opdracht wordt gegeven om 26 woningen zonder schuurtje, aangezien hier geen Rijkssubsidie voor is, te ontwerpen. Eind 1928 zijn de woningen klaar en de nieuwe huurders, voornamelijk uit te slopen krotwoningen, kunnen hun nieuwe woning betrekken. Hent van Dam, een CPN raadslid noemt de huizen spottend: "schaapskooien". Van Dam is erg betrokken bij de buurt en pleegt deze regelmatig te bezoeken om met de bewoners over politiek te praten. De huur bedraagt f 2,50 per week, die wat later in overleg met de bewoners met f 0,25 wordt verhoogd ten behoeve van het genot van een schuurtje. De gemeenteraad is achteraf van mening dat het toch beter is om schuurtjes bij de huizen te laten bouwen. Anders zullen de bewoners, zo wordt gevreesd, wel op eigen houtje allerlei optrekjes bij hun huis neerzetten voor opslag van brandstof of voor het houden van varkens.2
In 1929 en 1930 worden er nog 32 woningen bijgebouwd. En deel daarvan is bestemd voor grote gezinnen. In 1930 wordt de grond van het Sportpark aangekocht. Op een deel van deze grond worden 23 woningen gebouwd ook voor grote gezinnen. Het bouwplan wordt uitgevoerd in het kader van de werkloosheidsbestrijding. De wijk die later officieel Tuindorp zal worden genoemd, heet in de volksmond: Lombok. Naar verluidt is deze naam te danken aan een vrouw van een ‘oud-koloniaal’ die gevochten heeft in Lombok en Atjeh. Zij placht te zeggen als er weer eens een vechtpartij plaats vindt in de wijk: "het lijkt hier wel Lombok en Atjeh."
Lombok is een typische werkliedenbuurt. Naast enige kleine neringdoende wonen er in 1930 onder meer: acht werklieden van de Enka, negen werklieden in de sigarenindustrie, vier werklieden van de steenfabrieken en elf losse arbeidskrachten. In de crisisjaren moeten nogal wat werklieden, vanwege werkloosheid, een beroep doen op het Algemeen burgerlijk armbestuur. Het loket op het gemeentehuis is van gaas voorzien en staat onder politie toezicht. Waarschijnlijk is dat niet vanwege de dankbetuigingen. De gezinnen woonachtig in Lombok hebben doorgaans een rijke kinderschare. Tien, elf, twaalf kinderen zijn geen uitzondering. Zelfs als je werk hebt is met zo’n groot gezin moeilijk om rond te komen. Zonder werk en in de steun is het louter armoe leiden.

- steuntrekken

Als op donderdag 29 oktober 1929 op Wall Street de beurzen instorten vangt een wereldomvattende economische crisis aan die we nu nog huiverend aanduiden met ‘de crisisjaren’. Banken, ondernemingen en particulieren gaan van de ene op de andere dag failliet. Bij duizenden werknemers slaat het noodlot van werkloosheid toe tengevolge van inkrimping van productie en sluiting van bedrijven. In Nederland stijgt het aantal werklozen van 50.000 in 1929 tot 500.000 in 1935.
De steunregeling die de raad van de gemeente Wageningen vaststelt op 9 december 1929 kent een uitkering uitsluitend aan kostwinners beneden de 65 jaar van É12 per week, vermeerderd met É1 voor elk inwonend kind tot een maximum van vier kinderen. Voor elk kind boven de vier wordt É0,50 per week uitgekeerd. Indien het huis waar men in woont meer dan É4,50 huur kost bestaat er nog een huurtoeslag van É1 per week. De werkloosheidsuitkering bedraagt ongeveer de helft van het loon van een ongeschoolde werkman. Om voor steun in aanmerking te komen moet je minstens negen maanden hebben gewerkt en tengevolge van de economische crisis werkloos zijn geworden. Elke week moet de werkloze naar de arbeidsbeurs om zijn kaart af te laten stempelen. Het stempelen is ter controle of er niet zwart wat wordt bijgeklust. Kennelijk is er bij de centrale overheid weinig vertrouwen in de eerlijkheid van de werknemers, want in 1932 wordt de plicht tot ‘stempelen’ opgevoerd tot één of meerdere keren per dag. In Wageningen moeten de werklozen zich melden "eenmaal in de voormiddag en eenmaal in de namiddag van elke werkdag". Op zaterdag is men wat coulanter want dan hoeft de werkloze werknemer ‘slechts’ eenmaal in de rij te staan voor zijn stempel.3

- werkverschaffing

In het midden van de jaren dertig van de twintigste eeuw is de werkloosheid ook in Wageningen hoog gestegen en daar waar de nood hoog is, lijkt de werkverschaffing nabij. Werkloze werknemers worden ingeschakeld bij de kanalisatie van de Schipbeek evenals bij de aanleg van de Stadsgracht. Op grond van het Rijkswegenplan wordt aan de provincies gevraagd wegenplannen in te dienen die op het rijksplan aansluiten. Wageningen wordt in het provinciaal plan opgenomen met het oog op de nog aan te leggen rijksweg Rotterdam-Nijmegen. Via het Lexkesveer krijgt de stad aansluiting op deze hoofdader. Wageningen zelf moet dan worden ontsloten via de Holleweg en de Diedenweg richting Veluwe. Het plan is voor de gemeente zeer aantrekkelijk aangezien de subsidie op de werkverschaffing 90% bedraagt. De totale kosten van het plan bedraagt É125.000. Het is echter buiten de waard, of beter gezegd buiten de natuurbeschermers, gerekend want het ‘misbruiken’ van de Holleweg is bij hen tegen het zere been. De Holleweg is van zeer hoge cultuur en natuurhistorische waarde en tegen het plan om deze weg ten prooi te laten vallen aan het moderne snelverkeer protesteren organisaties van naam als het VVV, KNAC, ANWB en Natuurmonumenten. Onder grote druk wordt het plan om een weg aan te leggen ten koste van de Holleweg losgelaten en wordt een alternatief bedacht via de Westerberg. Op 15 mei 1939 kan de Westerbergweg feestelijk worden geopend. De aanleg van de weg heeft zo’n 85 manjaar aan werk opgeleverd.4

- crisis en loonsverlaging in de bouw

In 1931 is de eerste opdracht van O. Tiemessen’s Aannemingsbedrijf te Wageningen de verbouwing van Café de Klok in de Boterstraat. Het op 1 juni van dat jaar gestarte aannemingsbedrijf is gevestigd aan de Harnjesweg. Geleidelijk aan worden ook grotere projecten aangepakt, zoals de verbouwing van hotel De Wereld en in 1932 de bouw van Ouwehands Dierenpark te Rhenen, In 1934 verhuist het bedrijf naar de Heerenstraat. Het nog jonge aannemingsbedrijf komt met vallen en opstaan door de crisisjaren heen.5
De talloze werknemers die als gevolg van de economische crisis zonder werk raken komen ten laste van de werklozenkassen die al snel uitgeput raken. De werklozen moeten daarna een beroep doen op de steun. De regering ondersteunt de werklozenkassen van bedrijfstakken, waarvan zij meent dat er sprake is van crisiswerkloosheid. Volgens hen is daar geen sprake van in de bouw. De werkloosheid in de bouw wordt geweten aan misstanden in het bedrijf en aan de hoge lonen. Op 1 juli 1932 is de werkloosheidskas van de bouw leeg en moet worden stopgezet. Onder druk van de overheid, indien er loonsverlaging wordt overeengekomen is deze bereidt ook de werkloosheidskas in de bouw te ondersteunen, wordt een loonsverlaging geaccepteerd van zeven tot tien procent. In de jaren 1934-1936 moet nog enige malen een loonsverlaging worden geslikt. Hoewel er sprake is van centraal loonoverleg in de bouw betekent dat niet automatisch dat overal gehoor wordt gegeven aan de afspraken. Plaatselijk en regionaal bestaan er vele patroonsverenigingen die hun eigen weg gaan en zich vooral geen ‘dictaat’ laten stellen door de landelijke werkgeversorganisaties. Gedurende de crisisjaren komen er los van het landelijk overleg nog tal van conflicten voor waarin werknemers zich teweerstellen tegen loonsverlagingen.
Op 15 maart 1935 gaan de bouwvakarbeiders in Wageningen in staking. Het betreft 47 werknemers die bij twaalf verschillende bouwbedrijven in dienst zijn. Vier dagen eerder is in Rotterdam de staking begonnen bij 21 bedrijven met in totaal 264 stakers. Ook in andere plaatsen in de omgeving van Rotterdam wordt gestaakt. De staking die bij elkaar 76 dagen duurt, de Wageningse bouwvakkers staken 65 dagen, is gericht tegen loonsverlaging. Vooral in Rotterdam, waar de strijd in hoofdzaak wordt uitgevochten, is het resultaat verrassend. Met grote geestdrift sluiten de werknemers, ook de ongeorganiseerden, zich bij de stakers aan. Slechts enkele gevallen van onderkruiperij doen zich voor. De patroons spannen nog een kort geding aan in verband met ‘hinderlijk volgen’, maar ze verliezen. Het eind van deze langdurige staking is dat de loonsverlaging niet doorgaat.6

- de SDAP in de crisisjaren

Ondanks, of misschien wel dankzij, de economische crisis gaat het de SDAP in Wageningen in 1933 goed. De netto ledenwinst in dat jaar bedraagt 86 waardoor het aantal leden op 300 komt onder wie 67 vrouwen. Aan de rode familie, die al bestaat uit het NVV en aangesloten bonden, AJC, Vara, Volksbibliotheek, Instituut voor Arbeiders Ontwikkeling en de zangvereniging Tot Steun in de strijd wordt nog toegevoegd de Sociaal-Democratische Vrouwenclub (SDVC).
Eind 1935 is het dan eindelijk zover, de SDAP krijgt zijn wethouder. De verkiezingen in dat jaar zijn dan ook succesvol verlopen. De SDAP groeit in stemmental het aantal zetels blijft echter gelijk. Het is W. v.d. Weide die de eer te beurt valt de wethouderszetel te mogen bezetten. Slechts één raadsperiode duurt deze eer. Met de verkiezingen van 1939 verliest de partij één zetel, waarna de ledenvergadering besluit dat er geen wethouder meer ter beschikking wordt gesteld. Van der Weide legt zich niet neer bij deze beslissing wat tot scheuring leidt in de fractie. Geldhoff en Roskam die wel het partijstandpunt volgen, kunnen en willen Van der Weide niet steunen om opnieuw tot wethouder te worden gekozen. De fractie is daarna nog maar twee leden groot.7 Van der Weide wordt geroyeerd uit de partij.

- loonsverlaging middels arbitrage

Het 25-jarig bestaan van de R.K. Tabaksbewerkersbond afdeling Wageningen wordt in 1932 herdacht. Een herdenking in het midden van de crisisjaren levert geen vrolijke boel op: een receptie, een drietal sprekers en ter afsluiting het muzikale duo Rutgers en Mulder. Prettige bijkomstigheid is dat de avond kan worden afgesloten met een batig saldo van f 4. In de crisisjaren wordt met regelmaat een loonsverlaging toegepast. In slechte economische tijden is het slecht actievoeren en arbitrage moet daarom uitkomst bieden. In 1935 is er opnieuw een loonsverlaging aan de orde. Kennelijk is iedereen al zo moedeloos van de gang van zaken dat niet eens meer de moeite wordt genomen de omvang van de loonsverlaging te noteren. Het bestuur van de R.K. Tabaksbewerkersbond wenst de verantwoordelijkheid voor een conflict niet zelf te dragen en wil haar congres laten beslissen. De ledenvergadering in Wageningen heeft met algemene stemmen een loonsverlaging van de hand gewezen. J. van Dinter wordt met vrij mandaat afgevaardigd naar het congres dat op 6 april 1935 plaatsvindt. Veel problemen met zijn vrije mandaat zal Van Dinter niet gehad hebben want het congres verwerpt de door de patroons voorgelegde loonsverlaging met de toevoeging: "geen enkele loonsverlaging te aanvaarden.8
De arbitrage levert een compromis op, wat betekent minder loonsverlaging dan aanvankelijk is voorgesteld. Opnieuw wordt door R.K. Tabaksbewerkersbond een congres belegd. Het congres dat plaats vindt op 25 november verwerpt met tweederde meerderheid de loonsverlaging. Het kerkelijk gezag grijpt nu echter in. De geestelijk adviseur van de bond spreekt zijn veto uit over het besluit en zo wordt alsnog de arbitrage aanvaard. In Wageningen wordt de eerwaarde adviseur ongegeneerd over de hekel gehaald. De discussie is zeer heftig. Voorzitter W. Roelofs noemt de vergadering "net kinderen die met lucifers spelen." De leden Van Dinter, Rikken, Tiemesen en Damming vragen aan de ledenvergadering om toch ook de strijd aan te gaan indien de andere organisaties tot staking oproepen. Zover komt het echter niet. Ook de andere vakorganisaties in de sigarenindustrie leggen zich neer bij de uitkomst van de arbitrage.
De verhouding tussen bond en de geestelijk adviseur is wel vaker gespannen te noemen. Op een ledenvergadering in 1935 vraagt H.W. Bos, "hoe het mogelijk is, dat een arbeider die lid is bij een andere vereniging in de kerkelijke ban wordt gedaan en de patroons niet." De Eerwaarde Adviseur geeft Bos te verstaan, "dat hij voorzichtig moet zijn met het woord ‘kerkelijke ban’, omdat het voor deze beweging eenvoudig niet bestaat, wel worden de H. Sacramenten geweigerd. Wat de meeste patroons en zakenmenschen betreft, deze hebben een heel ander belang in de maatschappij als de arbeiders, het zakenleven moet men zoo bezien als dat men het niet zoo makkelijk van elkaar kan houden."9
 

  1. A. Rietveld, Achteraf bekeken. Wageningen, brandende wielen en hete hangijzers (Oosterbeek 1999) p. 8-11
  2. A.G. Steenbergen, ‘Een schets van het vroegere Lombok, een arbeiderswijkje in Wageningen’ in: Historische reeks van de Historische Vereniging "Oud-Wageningen (Wageningen 1985) Nr. 3, p. 60-67
  3. A. Rietveld, Achteraf bekeken. Wageningen, brandende wielen en hete hangijzers (Oosterbeek 1999) p. 109-111
  4. A. Rietveld, Achteraf bekeken. Wageningen, brandende wielen en hete hangijzers (Oosterbeek 1999) p. 173-177
  5. K. Heijers, Fotoboek met ca. 300 oude foto’s, prenten en, prentbriefkaarten en tekeningen van Wageningen (Ochten z.j.) p. 111
  6. S. van der Velden, Stakingen in Nederland 1810-1999 (Amsterdam 1999) (CD-rom)
  7. Archief SDAP/PvdA afdeling Wageningen (1902-1978) in: GA Wageningen Inv. Nr. 11 en 20.
  8. W. van der Hoeven, De Nederlandse Sigarenmakers en Tabaksbewerkersbond, opgericht op 26 december 1887. Zijn geschiedenis, werken en streven (Utrecht 1937) p. 185-6
  9. Notulenboek R.K. Tabaksbewerkersbond afdeling Wageningen. Vergadering van 16 april 1935.