Vergersweg 22- 24, 6707 HT Wageningen T: 0317- 416090

De industrie verdwijnt

 - de laatste staking in de steenindustrie

Welhaast als symbool van het einde van bedrijf en bedrijfstak vindt er op 11 augustus 1966 een staking plaats bij de Koebongerd. Het zal de laatste staking zijn die plaats vindt in de steenindustrie te Wageningen. De altijd roerige steenindustrie bevindt zich in zijn nadagen en het zal niet lang meer duren of ook de Koebongerd zal definitief stil worden gelegd. Onbewust vooruitlopend op die definitieve stillegging leggen de zes werknemers op die bewuste 11e augustus het werk stil. Lang zal de staking niet duren. Het is een laatste spontane uitbarsting met als doel een loonsverhoging. Met een goed gevoel voor drama had deze laatste staking een betere afloop verdiend. Nu leggen de werknemers al na één dag het hoofd in de schoot; de staking gaat verloren. Het loonzakje laat hetzelfde bedrag zien als de week daarvoor minus die ene dag.

- de teloorgang van de steenovens

In de jaren zestig en zeventig ontstaat door een sterke mechanisatie van de baksteenindustrie een forse overcapaciteit. Te kleine en verouderde bedrijven moeten één voor één het veld ruimen. De steenfabrieken te Wageningen behoren allen tot de groep kleine en middelgrote bedrijven. In die zin komt het Uiterwaardenplan van de gemeente voor de bedrijven, gelegen in de Bovenste Polder, als geroepen. Nog voordat ze zelf om economische redenen het loodje leggen worden ze uitgekocht. Binnen de grenzen van het plan bevinden zich drie steenovens: De Hoge Waard, De Bovenste Polder en De Koebongerd. De laatste sluit, nadat de gemeente de gronden heeft gekocht, in 1967. De schoorsteen wordt een jaar later opgeblazen en de sloop van het complex volgt in 1970. De Hoge Waard ondergaat hetzelfde lot. Eveneens in 1970 valt het onder de slopershamer. Alleen de dienstwoning van de steenbaas herinnert nu nog aan dit bedrijf. De Bovenste Polder wordt van de ondergang gered. In 1969 wanneer sloop van de drie bedrijven aan de orde is pleit wethouder J.B.M. Hoefsloot voor behoud van het bedrijf als monument.
De Bovenste Polder vertoont, na zo’n twintig jaar buitenbedrijf te zijn, ernstig verval. De tot stand gekomen Vereniging tot Behoud van de Bovenste Polder voorkomt het verlenen van een sloopvergunning en slaagt erin het verval te stoppen. Met behulp van veel vrijwilligers wordt het gebouw ‘wind en waterdicht’ gemaakt. Het plan tot restauratie heeft succes. Met behulp van overheidssubsidies is het bedrijf gerestaureerd en wordt nu op eigentijdse wijze hergebruikt.1
De steenovens in de Benedenste Polder gaan geheel op eigen kracht ten onder. De steenfabriek de Blauwe Kamer is in 1975 om economische redenen gesloten. De ringoven is bewaard gebleven evenals de getopte schoorsteen. De fabriek ontleent zijn naam aan die van de uiterwaard die haar naam weer ontleende aan een hofstede, die daar stond in de zeventiende eeuw en was opgetrokken uit een blauwige steen. De uiterwaard is nu in beheer bij Het Utrechts Landschap en omgetoverd tot een rivieroeverreservaat.2
De Plasserwaard weet haar bestaan ondanks rationalisatie van en concentratie in de branche nog tot 1980 te rekken en is daarmee de laatst werkende steenfabriek in Wageningen. Na sluiting van het bedrijf wordt getracht er een steenbakkerijmuseum in te vestigen. Maar exploitatie van een museum blijkt niet haalbaar. Een groepje enthousiastelingen verenigt zich in een Maatschap van eigenaren van de voormalige steenfabriek De Plasserwaard. In 1987 slagen ze er in het complex aan te kopen. De Plasserwaard is nu een van de best bewaard gebleven steenovens in Gelderland.3

- SchimmelpenninckÖ, ha fijn die kende ik

Na het faillissement van de looierij van Roes aan de Stationstraat wordt het pand betrokken door de sigarenfabriek Schimmelpenninck van de gebroeders van Schuppen. Tot 1977 blijft het bedrijf in het vier etages hoge gebouw sigaren produceren. Schimmelpeninck is de grootste van de vele sigarenfabrieken- en fabriekjes die in Wageningen actief zijn geweest. In 1939 is er sprake van een topjaar waarin de 700 werknemers 32 miljoen sigaren maken.4
Door de Tweede Wereldoorlog stagneert de import van tabak. De productie van sigaren wordt hoe langer hoe kleiner. De fabricage met uiteindelijk worden gestopt. Doordat in 1944-1945 Wageningen frontstad is raakt het fabrieksgebouw zwaar beschadigd. Bovendien zijn de machines, voorzover ze niet zijn gestolen, vernield of verroest. Na de bevrijding moet alles wat noodzakelijk is voor het functioneren van een sigarenfabriek opnieuw worden aangeschaft. De wederopbouw van het bedrijf komt tot stand, maar de hoogtijdagen van de sigaar zijn voorbij. Zware accijnsheffing op sigaren vraagt zijn tol. Worden er voor de Tweede Wereldoorlog nog 120 miljoen sigaren per maand geconsumeerd, in de eerste jaren na de oorlog zijn dat er niet meer dan 45 miljoen. Zijn er in 1947 nog bijna 500 mensen in dienst bij het bedrijf, drie jaar later is dat al vermindert tot 360. Lagere productie enerzijds en mechanisatie anderzijds veroorzaken de vermindering van arbeidsplaatsen. Als in 1952 de accijns wordt verlaagd leeft de consumptie op naar 90 miljoen sigaren per maand. Door verschillende omstandigheden, o.a. grotere export en publicaties over gezondheidsrisico’s van sigaretten, kan het bedrijf weer groeien. Voor investeringen moet vreemd kapitaal worden aangetrokken. Vanaf 1 januari 1963 neemt de Engelse sigarettenfabrikant Carreras Ltd een 50% belang in Schimmelpennick. Om de groei aan te kunnen zijn in 1960 de panden van de voormalige sigarenfabriek Victor Hugo gekocht. De firma Baars produceerde hier voor de Tweede Wereldoorlog sigaren in het zogenoemde pand ‘Vrede’. In september 1944 gaat het pand in vlammen op, maar na beëindiging van de oorlog wordt op dezelfde plaats een nieuw pand opgetrokken. Een aantal jaren na de oorlog kan het bedrijf het niet meer bolwerken en wordt de productie gestaakt. Veel sigarenmakers die voor Baars werken, treden in dienst bij Schimmelpenninck. In 1964 wordt het pakhuis ‘America’ gekocht. In 1967 en 1968 komen er vestigingen in Lichtenvoorde en Kerkdriel. In 1969 wordt van Drukkerij Vada in de Nude een stuk grond met woonhuis gekocht om er een nieuw te bouwen bedrijf op te vestigen.
Vanaf eind jaren zestig gaat het bergafwaarts met de productie van sigaren. De sigaar raakt bij de consument langzaam maar zeker uit de gratie en de sigarenindustrie reageert daar te traag op met nieuwe, vooral lichtere, producten als ‘sprietjes’ en ‘wilde havanna’. Om de kostprijs in de hand te houden wordt er stevig gemechaniseerd. Aan het eind van de jaren zestig is het handmatig maken van sigaren zo goed als verleden tijd.
In 1972 worden ook de resterende 50% aandelen door het Carreras-Rothman concern overgenomen. De multinational geeft in 1974 de opdracht aan Schimmelpenninck om te bezuinigen. De productie wordt gecentraliseerd in Wageningen. Kerkdriel en Lichtenvoorde worden gesloten. Met de bonden wordt een sociaal plan overeengekomen. Het personeel in Lichtenvoorde voelt er niets voor om naar Wageningen te gaan, die uit Kerkdriel willen wel pendelen.5

- de Nude en het einde

In 1976 verhuist Schimmelpenninck naar de Nude, de centralisatie van de productie is daarmee voltooid. Er zijn nu nog 344 mensen in dienst. Het pand aan de Stationsstraat wordt verkocht aan de gemeente die het in 1977 laat slopen. Ondanks alle inspanningen blijft het bedrijf verliesgevend. Om toch uit de rode cijfers te komen volgt de ene reorganisatie de andere op. Stukje bij beetje verdwijnen delen van de productie naar het zusterbedrijf Tabacofina in België. Eind 1984 geeft Rothmans International de opdracht: "een proces in werking te stellen om het totaal van Schimmelpenninck te integreren in andere onderdelen van het concern." Het is verhullend taalgebruik voor ‘sluit de tent’. Directie en personeel willen van sluiting niets weten. De ondernemingsraad en de bonden – Industriebonden van FNV en CNV en de Voedingsbond FNV – vormen één front tegen Rothmans. Het adviesbureau AEF en de GOM (Gelderse Ontwikkelingsmaatschappij) worden ingeschakeld voor het opstellen van een overlevingsplan. Er komt een plan op tafel dat redelijke kansen biedt, al moet er wel wat veranderen in het commerciële beleid, het management en de personele omvang. Wageningen maakt nu breed front. Provinciale Staten, de commissaris van de Koningin in Gelderland, de gemeente Wageningen en de Wageningse kerken stellen zich allen op achter het reddingsplan van OR, bonden en directie. Rothmans besluit het bedrijf twee jaar de kans te geven om weer een goed lopend bedrijf te worden. Alle plannen en aanpassingen betekenen wel dat er nog maar 128 werknemers bij Schimmelpenninck werken. Na afloop van de gestelde termijn, er werken nu nog circa 100 mensen, is Rothmans niet tevreden. De directie moet een reorganisatieplan opstellen. Resultaat van het plan is enige tonnen investering door Rothmans en een nieuw verlies van 40 arbeidsplaatsen. Het bedrijf brokkelt verder af. Er verdwijnen telkens delen van de productie naar België. In 1996 is er opnieuw een reorganisatie. Het is het einde van de productie van de sigaar in Wageningen en het personeelsbestand krimpt opnieuw in. Er werken nu nog 23 mensen bij het bedrijf. In 2000 is het afgelopen. De laatste activiteiten worden overgebracht nar België, samen met een deel van de nog resterende machines. De rest van de apparatuur wordt verkocht en het gebouw wordt overgenomen door de gemeente die er een bedrijfsverzamelgebouw van wil maken. Aan de rijke historie die Wageningen heeft met de tabak is een einde gekomen.6
Nog steeds spreekt ‘de Schimmelpenninck’ tot de verbeelding in Wageningen. Velen hebben er gewerkt en als je er zelf niet werkte dan heb je wel familie of bekenden die er hun brood verdienden. Henk Blankenstijn: (zijn vader werkte bij de Schimmelpenninck) "Die geur van sigaren heb ik nog steeds in mijn geheugen zitten, ook als ik nu nog door de Stationsstraat kom heb ik het gevoel dat ik die typische tabaksgeur ruik. Dat zal bij meer Wageningers het geval zijn, denk ik. Iedere werknemer van Schimmelpenninck kreeg op vrijdagmiddag tien sigaren mee naar huis. Ik weet dat mensen die niet rookten vaak een vaste afnemer hadden voor een schappelijk prijsje. De personeelsreisjes waren toen een spektakel waar je weken naar uitkeek, veel mensen kwamen anders nooit de stad uit. Een dagje naar de Keukenhof of ijsrevue was een belevenis. Wie ging er nou op vakantie?"7

- veel grafici in Wageningen

De grafische industrie in Wageningen is van belang. Twee drukkerijen, de N.V. Drukkerij Vada (Zomer en Keuning’s Uitgeversmaatschappij) gespecialiseerd in periodieken en het Grafisch Bedrijf en Uitgeverij H. Veenman en Zonen N.V. behoren tot de grootste in Nederland. Beide bedrijven leiden grote oorlogsschade. Vada wordt zowel in 1940 als in 1945 verwoest. Veenman gaat in 1940 in vlammen op en het nieuwe bedrijf wordt in 1945 leeggeplunderd. Na 1945 weten de bedrijven zich spoedig te herstellen. De drukkerijen Ponsen en Looijen en Gebrs. Verweij geven samen De Veluwepost uit.8 Het grote belang die de grafische industrie inneemt in Wageningen mag blijken uit het aantal leden die de grafische bonden hebben in Wageningen. De Algemene Nederlandse Grafische Bond (ANGB) is de grootste met 380 leden. De Nederlandse Christelijke Grafische Bond (NCGB) telt 360 leden en de Nederlandse Katholieke Grafische Bond (NKGB) is de kleinste met 120 leden. Het gezamenlijke ledencijfer van 860 zegt tevens iets, door het verplichte lidmaatschap, over de omvang van de werkgelegenheid in de grafische industrie in Wageningen.

- oliecrisis

De eerste serieuze rimpeling in de naoorlogse economische vijver is de energiecrisis in 1973. De verhouding is het middenoosten levert de zoveelste internationale politieke crisis op en Nederland krijgt, vanwege de mening in Arabische kring dat we Israël supporters zijn, een olieboycot aan zijn broek. De prijs van olie verdubbelt en plotseling is er sprake van schaarste. De minister-president van PvdA-huizen Joop den Uyl spreekt als zijn mening uit "dat het nooit meer zo wordt als dat het was" en kondigt een autoloze zondag af plus een maximum snelheid van honderd kilometer. We krijgen benzinedistributiebonnen en een machtigingswet. Deze wet is een soort ‘afkoelingsperiode’, een wachttijd van drie maanden waarbinnen geen arbeidsvoorwaardelijke verbeteringen mogen worden ingevoerd. De illusie van volledige werkgelegenheid, de hoeksteen van het naoorlogse sociaal-economisch beleid, gaat verloren. De eerste grote bedrijfssluitingen en reorganisaties kondigen zich aan. De economische crisis gaat de grafische wereld niet voorbij. Drukkerij Cunera in Rhenen gaat failliet en bij Vada worden de afdelingen boekdruk en offset afgebouwd. Ponsen en Looyen schakelt over op fotografisch zetten met als doel het toeleveringsbedrijf te worden binnen het Wegener concern.9 Ook in de jaren daarna zijn er regelmatig reorganisaties en inkrimpingen, waarbij het voortbestaan van het bedrijf in het geding is.10 Het sociaalplan dat in 1976 door de grafische bonden met Vada wordt afgesloten legt de nadruk op financiële regelingen voor oudere werknemers. Het is het jaar van de acties voor het behoud van de prijscompensatie. Op ongekend brede schaal wordt er in bedrijven in het gehele land acties gevoerd. Opmerkelijk is dat de grafische industrie, waar het al decennia lang rustig is aan het arbeidsvoorwaardenfront, de spits afbijt. De acties hebben succes en de automatische prijscompensatie blijft behouden.

- uitgedrukt

In 1978 bestaat drukkerij Veenman 75 jaar, ze heeft daarmee de langste tijd in Wageningen gehad. In 1987 verhuist het bedrijf naar Ede. Er bestaat onder de werknemers in Wageningen nog steeds het zeer beladen gevoel, dat er van de zijde van de gemeente te weinig is gedaan om het bedrijf voor Wageningen te behouden. Met het vertrek van Veenman neemt de eenzijdigheid in opbouw aan werkgelegenheid alleen nog maar verder toe is de redenering. Inmiddels zal de vreugde over de werkgelegenheid in Ede ook wel zijn verdwenen want in 2003 gaat Veenman failliet.
De technische ontwikkeling in het grafisch bedrijf eist zijn tol. In 1983 wordt bij Vada een nieuwe diepdrukrotatiepers aangeschaft. Deze pers kan meer aan dan de oude persen waardoor het aantal persen teruggebracht kan worden van vier naar drie. Daarnaast worden er nog andere diepte investeringen gedaan. Gevolg is een organisatorische aanpassing van het bedrijf, waardoor in 1983 het aantal arbeidsplaatsen met 62 vermindert en in 1984 nog eens 20 arbeidsplaatsen zullen worden geschrapt. Een nieuw sociaalplan wordt tussen bonden en onderneming overeengekomen. Het is waarschijnlijk het begin van het einde, want in 1985 komt naar boven dat de reorganisatie onvoldoende is geweest en er opnieuw organisatie aanpassingen moeten plaatsvinden. Vada heeft medio 1985 nog 421 mensen in dienst. Kluwer, de eigenaar van Vada, laat blijken dat ze van Vada af wil en zet het bedrijf in de etalage. Maar een tweetal overname kandidaten zien van de koop af vanwege de negatieve ontwikkeling in de diepdrukmarkt. De strijd voor het behoud van het bedrijf komt daarmee opgang. Een brancheverkenning wijst uit dat er in de branche een forse overcapaciteit bestaat. Veel van de bedrijven hebben door in nieuwe persen te investeren nu last van onderbezetting. Vada kent een verlies van 2,6 miljoen gulden in 1984 en de verwachting is, dat dat op zal lopen tot meer dan 5 miljoen in 1985. McKinsey, dat in opdracht van de OR van Vada onderzoek doet naar de toekomstkansen van het bedrijf, adviseert een afslanking en door te gaan met twee persen. De directie van Kluwer ziet echter niets in dit plan en meent dat het beter is het bedrijf te sluiten. De OR van Vada schakelt de Gelderse Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) in om het zogenoemde ‘2-persen model’ te toetsen op financiële en bedrijfseconomische haalbaarheid. Intussen werkt Kluwer door aan een tweetal alternatieven: het 2 persen-model of de verkoop aan VNU in Deventer van de nieuwste diepdrukpers met overname van het bedienend personeel en in Wageningen voortzetting van de afwerking en voorbereiding. Het eerste alternatief betekent verlies van 130 arbeidsplaatsen het tweede alternatief een verlies van circa 200 arbeidsplaatsen. Eind oktober worden beide alternatieven voorgelegd aan personeel en bonden. De vraag lijkt verdacht veel op de keus tussen hangen of wurgen. Enige dagen later komt de GOM met haar advies en die komt onomwonden tot het oordeel dat het 2-persenmodel weliswaar op korte termijn overlevingskansen biedt, maar geen waarborg is voor een rendabele exploitatie op langere termijn. Het wordt dus wurgen. De bonden komen tot de conclusie, dat verzet tegen de zogenoemde ‘VNU-optie’ weinig zin heeft, omdat het alternatief onvoldoende kans op succes heeft. Beter is te gaan onderhandelen over een goed sociaalplan om de werknemers daarmee een zo groot mogelijke zekerheid te bieden. De onderhandeling over het sociaalplan is intensief. De finale onderhandeling op 13 december 1985 neemt meer dan tien uur in beslag. Leden van de ondernemingsraad zijn beschikbaar voor voortdurende achterban raadpleging ten behoeve van de bondsonderhandelaars. Ondanks de directe betrokkenheid van de OR en hun beoordeling dat het onderhandelingsresultaat tegenover de leden verdedigbaar is, komt er toch tweespalt vanwege een tweeslachtige houding bij de leiding van het bedrijf. De Kluwer directie heeft in de onderhandelingen uitdrukkelijk gesteld niet verder meer te gaan ten aanzien van de materiele afspraken. De directeur van Vada laat aan OR leden weten dat er best nog te praten is over materiele verbeteringen. Het vertrouwen tussen bond en OR staat daarmee onmiddellijk op scherp. De afloop wordt er echter niet anders door. De stemuitslag over het sociaalplan is 192 voor en 42 tegen. De ondergang van Vada is nu alleen nog maar een kwestie van tijd.11
 

  1. C.D. Gast, Van kloostermop tot straatklinker: een beknopt overzicht van de baksteennijverheid in Wageningen (Wageningen 1996) p. 27-28
  2. N. Meijdam, De Blauwe Kamer voorbeeldgebied Noordoever Nederrijn (folder 20015)
  3. C.D. Gast, Van kloostermop tot straatklinker: een beknopt overzicht van de baksteennijverheid in Wageningen (Wageningen 1996) p. 33-34
  4. L. Klep, Adres Wageningen. De geschiedenis van wageningen in 37 verhalen. (Wageningen 1992) p. 49
  5. A. Rietveld, SchimmelpenninckÖ fijnÖ die ken ik! De Wageningse jaren 1924-2001 (Wageningen 2001) p. 3-10
  6. A. Rietveld, SchimmelpenninckÖ fijnÖ die ken ik! De Wageningse jaren 1924-2001 (Wageningen 2001) p. 3-10
  7. W. Straatman, E. Wijnacker, Blankestijn, wethouder (Wageningen 2002)
  8. J.M. Fuchs en G. Fiege, Wageningen 700 jaar stad (Wageningen 1963) p. 65-66
  9. Archief Nederlandse Katholieke Grafische Bond afdeling Wageningen. Notulenboek 1958-1975
  10. Archief SDAP/PvdA in: GA Wageningen. Ingekomen stukken 1970-1975. Brief van 19-4-1975 van de ANGB-Wageningen aan de PvdA-Wageningen.
  11. Archief Druk en Papier, afdeling Wageningen. Dossier Vada 1981-1986