Vergersweg 22- 24, 6707 HT Wageningen T: 0317- 416090

Wederopbouw en ingroei

- gewelddadig intermezzo

Tussen twee vernielingen en twee evacuaties in zucht Wageningen, gelijk heel Nederland, onder vijf jaar Duitse bezetting en nazi-terreur, totdat in hotel De Wereld de capitulatie van het Duitse leger wordt getekend. Hotel De Wereld wordt er beroemd door. De overgave van de Duitsers in hotel De Wereld is zeker niet het enige belangrijke Wageningse feit in de strijd voor vrijheid. Op 10 mei 1940 worden 12.400 Wageningers ingescheept in 32 aken met bestemming Ridderkerk, Zwijndrecht en IJsselmonde. De bestemming wordt niet bereikt, maar de evacuatie slaagt wel. De aken zijn normaliter voor cement en kolentransport, zodat na twee dagen rondvaren vuilwitte of vuilzwarte evacués opgevangen worden bij gezinnen in de Alblasserwaard en Krimpenerwaard. Als op woensdag 15 mei de val van Nederland een feit is kunnen de Wageningers met dezelfde schepen terug. Het centrum van Wageningen is in de paar dagen van afwezigheid van haar bewoners in een puinhoop veranderd. Een vrolijke thuiskomst is het dus niet. Rondom de Nederlands-Hervormde kerk is alles platgebombardeerd.
Het puinruimen en de wederopbouw wordt snel ter hand genomen. De ‘Algemeen Gemachtigde voor de Wederopbouw’ Dr. Ir. J.A. Ringers doet voorbeeldig werk. Om te zorgen dat het herstel voortgang vindt, ziet hij er geen been in om een vergunning drie keer te gebruiken. Zonodig vindt de aanvoer van bouwmaterialen clandestien plaats. Na de zomer van 1944 staat de Wageningse binnenstad er weer als nieuw bij.
De gemeenteraad komt voor het laatst bijeen op 29 augustus 1941, daarna neemt het college van burgemeester en wethouders alleen de beslissingen. Burgemeester J.M. IJzerman kan er niet meer tegenop en vraagt ontslag. Wethouder W. van der Weide weigert in zijn plaats benoemd te worden. Als de met de Duitsers sympathiserende W.H. van den Brink tot burgemeester wordt benoemd, houdt Van der Weide, die door zijn handigheid en taaiheid vaak zaken weet te redden, een neutrale installatierede.
Een bijzondere rol in het verzet speelt de sigarenmaker Kees Mulder. Mulder is een onverschrokken man met een ongekend succes. Maar liefst 69 Britten en Amerikanen brengt hij, in zeven tochten, terug over de Rijn. Ook redt hij tal van Joodse onderduikers het leven. Mulder is wel uitzonderlijk, maar niet het enige voorbeeld van verzet. Ambtenaren zorgen voor de nodige vertraging bij het herstel van het bevolkingsregister en de politie lukt het menigmaal om Duitse verdenkingen in de doofpot te stoppen.
Op 30 april 1943 breekt ook te Wageningen een staking uit in reactie op de Duitse mededeling dat Nederlandse, in 1940 gedemobiliseerde, militairen weer in krijgsgevangenschap moeten. Omstreeks het middaguur is de staking vrijwel algemeen. Op 1 mei wordt het werk hervat, maar de verbittering neemt toe als bekend wordt dat er executies hebben plaats gevonden onder de werknemers van de Hevea in Oosterbeek. De SDAP’ers Bauw, v.d Berg, Geldhoff, Vermeer en Wilbrink worden als gevolg van de staking als gijzelaars naar het concentratiekamp in Vugt afgevoerd. Na zes weken worden ze weer vrijgelaten. H. Nieuwenhuis is vanwege illegaal werk gearresteerd en komt om in het concentratiekamp. In november wordt J. Boes, afdelingsvoorzitter van de SDAP te Wageningen, om politieke redenen voor zijn woning doodgeschoten.1
Gestimuleerd door de staking neemt het verzet toe. De artsen verzetten zich tegen het instellen van een artsenkamer. De studenten weigeren in grote meerderheid de loyaliteitsverklaring af te leggen. Vele duiken daarna onder en de collegezalen blijven zo goed als leeg. Eerder al waren de studentenverenigingen opgehouden te bestaan. De professoren Olivier, Tendeloo en Sprenger ontkomen niet aan kortere of langere gevangenschap, terwijl de hoogleraren Prins en Edelman daaraan alleen kunnen ontsnappen door onder te duiken. Na afloop van de oorlog is het leven van vijf personeelsleden van de hogeschool en dertig studenten te betreuren.
De tweede evacuatie vindt plaats op 30 september 1944 op last van de Duitse commandant. De Duitsers zijn gefrustreerd over de precisie beschietingen vanuit de Betuwe. De illegaliteit heeft contact met het bevrijde Nijmegen door middel van een intact gebleven telefoonlijn van de PGEM. Deze evacuatie is plotseling en zonder enige voorbereiding. Binnen achttien uur moet iedereen met pak en zak zijn vertrokken. De uittocht gaat richting Bennekom en Veenendaal. De vluchtelingenstroom uit Wageningen wordt nog vermeerderd met die uit Renkum, Oosterbeek en Arnhem. Veenendaal verdubbelt qua inwonertal en ook de dorpen verderop in de Vallei vangen talloze ontheemden op. De tweede evacuatie duurt acht maanden. De Wageningers brengen de hongerwinter door als gasten in een overbevolkt gebied. Door de oorlogshandelingen ligt het centrum van Wageningen opnieuw in puin.2
Niet alleen brengt de oorlog schade aan have en goed van mensen en ontneemt hen de vrijheid, maar ook immateriële zaken kunnen tijdens het gewelddadige intermezzo die de Tweede Wereldoorlog is, niet gedijen. Democratische rechten zijn buitenspel gezet. Een democratisch gekozen bestuur, het recht op vereniging, het recht van vergadering, de vrijheid van drukpers ze zijn allen ten onder gegaan ten tijde van het fascisme. Partij en vakbeweging ze zijn allen van het toneel verdwenen. De organisaties zijn geheel vernield. Veel van wat met grote persoonlijke inzet is opgebouwd is te niet gedaan. De organisatie van werknemers, of dat nu de politieke of de vakbeweging is moet opnieuw beginnen.

- nog even SDAP

Op 4 juli 1945 vindt de heroprichting plaats van de SDAP afdeling Wageningen. De afdeling telt bij heroprichting 54 leden aan het eind van het jaar zijn het er 83. Op 16 augustus 1945 vergadert het afdelingbestuur geheel voltallig onder leiding van voorzitter Geldhoff. Om de aandacht gevestigd te krijgen op de belangen waarvoor de partij staat, wordt geopperd een openbare vergadering te organiseren met Koos Vorrink als spreker. Door oorlogsschade is een vergaderplek een probleem. Om die reden wordt aan de rector magnificus van de Landbouwhogeschool gevraagd de aula ter beschikking te stellen. Noch Vorrink, noch de aula is beschikbaar dus voorlopig gaat het plan niet door. Nog voor het einde van het jaar moet er een noodgemeenteraad worden samengesteld. De verkiezing vindt plaats via een stelsel van kiesmannen. Volgens het Koninklijk Besluit van 12 april 1945 moet de burgemeester in overleg met tenminste drie vertrouwensmannen een aantal kiesmannen aanwijzen gelijk aan driemaal het aantal raadszetels. Het aantal kiesmannen waarover de SDAP beschikt is zes en door een nieuw lidmaatschap onbedoeld zelfs zeven. Het is echter naar verhouding een schijntje als de vooroorlogse stemmen aantallen in ogenschouw worden genomen. Het totaal aantal kiesmannen is 51. De verhouding is dus 7: 44 terwijl de laatste gemeenteraadsverkiezing in 1939 het zeteltal in de raad op 3:14 bracht. De kiesmannen brengen in een geheime schriftelijke stemming een stem uit op door partijen gestelde kandidaten. De kandidatenlijst van de SDAP is: 1. J.H. Geldhoff, 2. H. Driever, 3. A. Vermeer, 4. B. Heij, 5. H. Roskam, 6. Raadgeep. Een wel heel opmerkelijke zaak is dat Van der Weide de voorzitter zal zijn van de noodraad. Hij is tot waarnemend burgemeester benoemd. Naar beweerd wordt op de ledenvergadering zou dat op voordracht van niemand minder dan W. Drees zijn gebeurd. Om die reden moet Geldhoff nog eens uitleggen aan de ledenvergadering hoe een en ander in 1939 is verlopen en waaruit het royement van Van der Weide is voortgekomen.3

- wederopbouw van het landbouwonderwijs

In 1945 moet onder moeilijke omstandigheden het werk aan de Landbouwhogeschool worden hervat. De Tweede Wereldoorlog is voor Wageningen een grote ommekeer. In pakweg tien jaar tijd verandert de gemeente van een industriestadje met een sterk op Indië gerichte kleine hogeschool tot een agrarisch centrum dat in de gehele wereld bekendheid geniet. Vele internationale contacten geven de landbouwautoriteiten de overtuiging dat Nederland een vooraanstaande plaats moet zien te veroveren op het gebied van de landbouw. Ingezien wordt dat een van de belangrijkste middelen om de economische positie van Nederland te verbeteren, vooruitgang van de agrarische export is. Verruiming van het wetenschappelijk onderzoek vormt daarvoor de basis en ruime fondsen worden ter beschikking gesteld.4 Er komen naast – en onafhankelijk van – de Landbouwhogeschool nieuwe instituten tot stand. Na enige jaren kan de noodbouw worden verlaten en in de zomer van 1954 kan de Minister van Landbouw niet minder dan zes nieuwe instituten openen, waarmee het totaal op veertien onafhankelijke instituten komt. Intussen zijn de specialisaties aan de Landbouwhogeschool uitgebreid met: landbouwsociologie en -sociografie, tuin- en landschapsarchitectuur, landbouweconomie, kunstgeschiedenis, economische geschiedenis van de landbouw, landbouwhuishoudkunde, technologie en christelijke maatschappijleer.5 Het aantal van 11 vakgroepen van voor de Tweede Wereldoorlog groeit uit tot 22 in 1956.6

- cultuur voor het volk

Er is iets wonderlijks aan de hand met het oudst bewaard gebleven notulenboek van de WBB. Het boek start in 1937 en bevat tot 1940 enkele verslagen van ledenvergaderingen. De laatste vergadering voordat de Tweede Wereldoorlog uitbarst is de jaarvergadering op 1 april 1940. Niets van wat op deze vergadering wordt behandeld doet vermoeden dat iets meer dan een maand later Nederland onder de voet zal worden gelopen door het Duitse leger. Na het verslag van 1 april komen er een aantal lege bladen in het notulenboek en dan het verslag van de huishoudelijke vergadering van 19 oktober 1946. Die lege bladen zijn zo opvallend, omdat verder elke ruimte in het boek wordt benut en zelfs voor een nieuwe vergadering geen nieuwe bladzijde wordt genomen, maar met een regel tussenruimte onder het vorige verslag wordt geschreven. Er wordt met geen woord gerept over de periode tussen 1940 en 1945 ook niet in het jaarverslag over 1946. Dit negeren van vijf jaar bezetting en geweld roept wel vragen op. Vragen waarop we de antwoorden niet kennen.
De bestuurs- en jaarverslagen van de WBB in de eerste jaren na de oorlog roepen het beeld op van een organisatie die zich sterk richt op het samenbinden van de verschillende vakorganisaties in Wageningen. De WBB kent een sterke dienstverlening op organisatorisch terrein. Consequentie daarvan is dat de werkzaamheden vooral ‘naar binnen’ zijn gericht. Dat betekent dat de WBB veel vertegenwoordigingen kent zoals het TBC-fonds, Zonnestraalcomité, de plaatselijke Prijzencommissie, Commissie noodvoorziening Oude van Dagen, Adviescommissie voor Oorlogsschade, de Commissie van Advies Gewestelijk Arbeidsbureau en dit is slechts een greep. Meer zichtbaar voor de leden is het cultureel werk zoals het organiseren van toneelavonden in samenwerking met het Nederlands Volkstoneel en het organiseren van lezingen in Het Volkshuis over onderwerpen die van nut kunnen zijn voor vakorganisaties en de daarbij aangesloten actieve leden. Hoe belangrijk dit cultureel werk is voor de WBB blijkt uit het plan dat zij lanceren in 1953. Aan de twee andere vakcentrale, KAB en CNV, stelt ze voor een spaarfonds in het leven te roepen. Dit spaarfonds zou 600 leden moeten krijgen voor een voldoende draagvlak. Dit aantal komt niet toevallig overeen met het aantal van 614 stoelen in het Junushoff. Met de opbrengst uit het spaarfonds plus een subsidie van de gemeente kunnen drie toneelavonden per jaar worden georganiseerd met gerenommeerde toneelgezelschappen. Het voorstel aan de KAB en CNV is niet louter altruïsme. Samenwerking is nodig om in aanmerking te komen voor subsidie. De KAB zegt onmiddellijk ja op het plan, maar het CNV vindt het geen taak van de vakbeweging en haakt af.7 Niet lang daarna is het helemaal gedaan met de samenwerking in de Plaatselijk Raad van de Vakcentrale vanwege het bisschoppelijk mandement waarmee aan katholieken het verbod wordt opgelegd om lid te zijn van socialistische organisaties.

- de ‘doorbraak’ in Wageningen

Al snel na afloop van WO II wordt er in de SDAP nagedacht over een nieuw begin. Het socialisme heeft een nieuwe impuls nodig en het land zijn wederopbouw. Nieuwe omstandigheden vragen om een nieuwe aanpak. Aan ‘vooroorlogse’ verhoudingen is geen behoefte meer. Gewerkt wordt aan een fusie van een aantal min of meer verwante partijen. De hoop en verwachting is dat daarmee ‘doorgebroken’ kan worden naar die kringen van progressieve kiezers die zich tot dan toe niet aangesproken voelen door het socialisme. Naast de SDAP zijn dat de Vrijzinnig Democratische Bond (VDB) en de Nederlandse Volksbeweging (NVB). De ‘doorbraak’ wordt ook in Wageningen besproken. De meerderheid onder de Wageningse partijgenoten is positief al zijn er ook bedenkingen. "Wat betekent het zwijgen over deze fusie door onze oude voorgangers Vliegen en Oudegeest eigenlijk", vraagt een der leden zich af. Een ander lid vreest "voor de ondergang van de arbeidersklasse in de massa" en ziet om die reden de fusie niet zitten. Het feit dat de partij met deze fusie op de evolutionaire weg komt is voor een andere spreker juist weer een pluspunt. De vergadering spreekt zich uiteindelijk met 1 stem tegen uit voor fusie. Op 22 februari 1946 komen de afdelingsbesturen van de VDB, NVB en SDAP te Wageningen bijeen. Een voorlopig bestuur voor de Partij van de Arbeid Wageningen wordt gevormd. De SDAP levert, in de persoon van Geldhoff, de voorzitter, de NVB’er L. Poot wordt penningmeester en de VDB zal professor Tendeloo vragen het secretarisschap op zich te nemen. Tendeloo geeft te kennen geen tijd te hebben, zodat voor de praktische oplossing wordt gekozen om 2e secretaris Roskam het werk te laten doen. Op 19 maart 1946 vindt op een openbare vergadering de officiële oprichting plaats van de PvdA afdeling Wageningen. Door de fusie, die ook werfkracht heeft op nieuwe leden, heeft de PvdA in Wageningen medio 1946 185 leden.
De fonkelnieuwe partij gaat de gemeenteraadsverkiezingen van 1946 in met een lijst van 15 kandidaten. Geldhoff is de lijsttrekker. Op de tweede en derde plaats prijken Tendeloo en Driever. De uitslag van de raadsverkiezing is positief en voorzitter Geldhoff kan dan ook op de gecombineerde bestuur- en fractievergadering op 1 augustus 1946 de partijgenoten feliciteren met het behaalde resultaat. De vraag is nu willen en kunnen we een wethouder leveren? Met de KVP kan een meerderheid worden gevormd. Geldhoff wordt gekandideerd. Na zijn benoeming tot wethouder wordt het voorzitterschap van de afdeling hem te veel van het goede en in zijn plaats wordt Driever voorzitter.8
In 1949 is er alweer sprake van gemeenteraadsverkiezingen. De fractieleden Ritman, Brasser en Tendeloo geven te kennen zich niet meer beschikbaar te willen stellen, al zegt de laatste erbij dat, als de afdeling het nodig oordeelt, hij bereidt is om zich opnieuw te laten kandideren. Geldhoff wil nog wel kandidaat zijn, ook al is hem de afstand die is ontstaan tussen hem en de fractie vanwege zijn wethouderschap niet in de koude kleren gaan zitten. Hij is van mening dat er verstandig aan wordt gedaan om bij de lijstsamenstelling rekening te houden met een opvolger voor hem als wethouder. Na een uitvoerige discussie wordt besloten dat de lijst wordt aangevoerd door Geldhoff gevolgd door Tendeloo en Driever. Hoewel de verkiezing een kleine stemmenwinst oplevert valt de zetel verdeling tegen. De PvdA verliest een zetel en gaat van zes naar vijf. Geldhoff kan zijn wethouderschap door deze uitslag niet voortzetten en wordt weer ‘gewoon’ raadslid. De gemeenteraadsverkiezingen van 1953 verlopen voor de PvdA wel gunstig, de zesde zetel wordt heroverd en er komt een tweede termijn voor wethouder Geldhoff.

- sociale woningbouw

De arbeidersbeweging heeft, haast als vanzelfsprekend, veel belangstelling voor de bouw van betaalbare woningen ook al verandert de naamgeving waaronder dat plaats vindt. Is er eerst sprake van volkswoningbouw, nu wordt er gesproken over sociale woningbouw. In naam veranderd, maar het doel: goede en betaalbare woningen, is nog immer dezelfde. De aandacht voor woningbouw blijkt uit de voordracht die Mr. Klaasesz, lid van de PvdA en in 1948 benoemd tot burgemeester van Wageningen, houdt voor de afdelingsvergadering. Volgens Klaasesz behoort Wageningen tot de gemeenten met het grootste woningtekort. Volkshuisvesting is een urgente aangelegenheid voor Wageningen. Klaassesz is maar kort burgemeester van Wageningen. In 1949 wordt hij benoemd tot gouverneur van Suriname.
Van 1950 tot 1969 is de PvdA’er mr. M. de Niet burgemeester van Wageningen. Hij ontwikkelt een enorme bouwwoede, waarbij hij veel oog heeft voor de woningnood onder de lager betaalden. Vanaf 1955 ontstaat op de berg de wijk tussen de Englaan en en Ritzema Bosweg en bij de Hollandseweg komt het Bovenbuurtplan. In 1960 gaat de Benedenbuurt op de schop en ontstaat de Rooseveltweg. In 1963 ontstaat het Nudeplan inclusief industrieterrein en Walstraatflats. Na 1965 volgen nog: Pomona, Tarthorst en Roghorst.9

- ANSTB-afdeling Wageningen

De afdeling Wageningen van de Algemene Nederlandse Sigarenmakers en Tabaksbewerkersbond (ANSTB) kan na afloop van de Tweede Wereldoorlog helemaal opnieuw beginnen. In 1942 zijn de Wageningse leden massaal opgestapt, op het moment dat het Nederlands Arbeidsfront (NAF) het NVV overneemt en de vrije vakbeweging ophoudt te bestaan.
In juni 1945 wordt door een aantal oud-bestuursleden overleg gepleegd om de afdeling opnieuw op te richten. Ze besluiten de kat nog even uit de boom te kijken, in de hoop dat er een eind komt aan de vooroorlogse verzuilde vakbeweging en er een eenheidsvakbeweging zal ontstaan. Al in augustus wordt ingezien dat de hoop ijdel is en gaat er een oproep uit voor deelname aan een oprichtingsvergadering. 75 leden geven gehoor aan de oproep en sluiten zich weer aan bij hun oude organisatie. De start die zo gemaakt wordt omvat slechts een kwart van de leden van vóór 1940. Eerst in 1951 komt de afdeling met 236 leden weer een beetje in de buurt van het vooroorlogse aantal.
Op de oprichtingsvergadering wordt een hartig woordje gesproken over het gedrag van een aantal hoofdbestuurders tijdens de oorlog. Over Th. Beerens, A. Koks en C. Boelhouwers wordt in afkeurende woorden gesproken. De vergadering besluit hen niet te kandideren, noch een kandidatuur van een van hen te steunen, op het aanstaande congres. De afdeling stelt zich op het congres, dat plaats vindt in februari 1946 te Hilversum, fel op tegen de kandidatuur van het voornoemde driemanschap. Opmerkelijk is dat Beerens en Koks door de NVV-zuiveringscommissie zijn ‘weggezuiverd’, maar dat zij toch kandidaat zijn voor het hoofdbestuur. Boelhouwers die zich in de ogen van de afdeling het meest laakbaar heeft gedragen is niet door de zuiveringscommissie weggezuiverd. Geheel in tegensprak met de adviezen slagen Beerens en Kok er wel in een plek in het hoofdbestuur te veroveren en Boelhouwers niet. Het hoofdbestuur van de sigarenmakersbond bestaat uit vijf bezoldigde hoofdbestuurders met daarnaast een aantal onbezoldigde. B. Heij, de Wageningse kandidaat voor onbezoldigd hoofdbestuurder lukt het niet een plaatsje als onbezoldigd hoofdbestuurder te veroveren. Met één stem verschil verliest hij de verkiezingsstrijd van een Utrechtse sigarenmaker.
Van het eerste naoorlogse bestuur van de afdeling Wageningen is W. Th. van Thuijl voorzitter en B. Heij de secretaris. Op de jaarvergadering in 1947 stellen Thuijl en Heij zich niet meer beschikbaar. Beide bestuurders werken dan al vijf jaar niet meer in het sigarenbedrijf en dat vinden ze voor het goed uitoefenen van hun bestuurderschap niet verantwoord. Hun plaats wordt ingenomen door H. Meijnen en M.H. Vrolijk resp. als voorzitter en secretaris. Vooral Vrolijk zal de afdeling in de functie van secretaris heel lang dienen.
Er zijn thema’s die door de jaren heen een rol blijven spelen. Natuurlijk die van de arbeidsvoorwaarden, de loonsverhoging centraal, maar aangezien dat een cao-kwestie is, is dat het werk van het hoofdbestuur die met de werkgeversorganisatie de cao afsluit. Nee de thema’s, die meer op afdelingsniveau spelen zijn de werkgelegenheid vanwege de dreigende mechanisatie van de sigarenindustrie en het eeuwige geduvel over de kwaliteit van de tabak die door de werkgever beschikbaar wordt gesteld. Het gaat vooral om de kwaliteit van het omblad – het tabaksblad wat om het binnengoed wordt gedraaid – en het dekblad – het tabaksblad waarmee de sigaar wordt afgewerkt – die de sigaar zijn aanzien geeft. Als de kwaliteit van de tabak niet deugt gaat dat ten koste van de kwantiteit en kwaliteit van het afgeleverde product en dat treft de sigarenmaker zowel in zijn vaktrots als in zijn portemonnee.
In de cao voor de sigarenindustrie is geregeld dat gehuwde vrouwen ontslagen moeten worden. Er is nog geen sprake van gelijke rechten en algemeen is de opvatting dat gehuwde vrouwen in hun gezin thuis horen. De praktijk blijkt echter sterker dan de leer. Als op de jaarvergadering in 1947 gevraagd wordt: "er werken nog gehuwde vrouwen op de fabriek mag dat?", luidt het behoedzame antwoord: "het is uiterst moeilijk daar paal en perk aan te stellen." Twee jaar later is het onderwerp op de jaarvergadering terug en wordt opnieuw het bewuste cao-artikel aangehaald. Er blijken nu voor en tegenstanders te zijn voor het verbod van arbeid van gehuwde vrouwen. De voorstanders van het verbod vinden onveranderd dat ‘moeder de vrouw’ in haar huishouden hoort. De tegenstanders van het verbod geven eveneens blijk van het feit dat vrouwenemancipatie nog niet echt op de agenda staat. Zij menen dat verwijderen van de gehuwde vrouw uit de fabriek niet verantwoord is. Het toch al zo moeilijk om aan jeugdig personeel te komen.10

- Willem Weg

‘n-Klerevak. Willem Weg laat er geen enkel misverstand over bestaan hoe hij denkt over het vak van sigarenmaker. Weg is dan al bijna dertig jaar weg uit het vak, maar hij gruwt er nog steeds van. Wilhelmus (Willem) Weg is in 1875 in Wageningen geboren. Zijn moeder drijft een snoepwinkeltje om zichzelf en haar zes zoons een bestaan te verschaffen. Elke cent telt. Willem en zijn vijf broers zijn dan ook dagelijks achter het winkeltje te vinden om tabak te strippen. ‘s Avonds komen de klanten. Tien sigaren voor een dubbeltje en een kop koffie. Vaak zijn ze nog dronken ook. Tegen wil en dank wordt Weg door zijn moeder het sigarenvak ingeduwd. Hij heeft daar eigenlijk geen zijn in, maar er blijft hem weinig keus. "Ik had wel zo’n hekel aan het werk", vertelt hij "als er later een jongen in de werkplaats kwam, dan zei ik: kom je hier dat rotwerk doen? Dan zei de baas: wat zeg je nou? En dan zei ik: als ik ze d’r uit kan praten dan zal ik dat niet nalaten." De bevrijding voor Weg komt met de noodwet Drees. Als minister Suurhof daar nog een paar centen bovenop doet, geeft hij het sigarenmakersvak eraan. "Ik hoefde niet meer te werken en kreeg meer geld in handen, dan toen ik nog in de fabriek werkten."
Weg is een van de oprichters van de Sigarenmakersbond in Wageningen. "Dat gebeurde op de Dorskamp. Daar had je een kuil en daar zijn we in gaan zitten. Ik vroeg aan mijn moeder of ik lid mocht worden. Maar die zei, dat ze het geld beter kon gebruiken." De afdeling van de NSTB is opgericht op 4 juli 1891, zodat Weg toen zestien jaar moet zijn geweest. Eerst op zijn achttiende jaar wordt hij lid van de bond. Een jaar later maakt hij deel uit van het afdelingsbestuur. De sigarenmakerspatroons weten daar wel goed raad mee. Als er ontslagen vallen staat Willem bovenaan de lijst. Is er weer meer werk dan mag hij er weer in. "Als ze het over die goeie ouwe tijd hebben, dan denk ik, ach man dat was geen leven." De NSTB is de eerste. Als er ook een katholieke sigarenmakersorganisatie in Wageningen tot stand komt moeten de katholieke sigarenmakers de NSTB verlaten. "Ik ook, anders verzaakte ik mijn plichten. Nou hield ik er toch al niet van om alles tegen de kerk te vertellen en zo ben ik toch lid gebleven van de Nederlandse Bond." Later komen er ook afdelingen in Wageningen tot stand van de christelijke sigarenmakers en van de Federatie. De NSTB is echter altijd de grootste bond gebleven. Over het vak van sigarenmaker meldt Weg nog: "vroeger moest je bij de baas op het matje komen, als er geen kopjes aan de sigaar gedraaid waren. Nou knippen ze die d’r af." De afdeling van de Industriebond NVV, waar Weg door fusies in 1974 lid van is, ontdekt dat hij met 99 jaar en 10 maanden de oudste sigarenmaker is. Voor de WIK, het vakblad van de Industriebond NVV, voldoende aanleiding Weg te interviewen. "De directeur van het verzorgingshuis", vertelt Weg, "geeft mij zeker 105 jaar. Als ik eenmaal honderd ben, dan begin weer van voren af aan bij één te tellen." In februari 1975 zou hij honderd zijn geworden, maar zo ver komt het niet. Op 25 december 1974 overlijdt de levenslustige sigarenmaker.11

- ANB-afdeling Wageningen

Op 30 juli 1945 opent voorzitter G.J. van Brakel de eerste naoorlogse ledenvergadering van de Algemene Nederlandse Bouwarbeidersbond (ANB) afdeling Wageningen, door een ieder welkom te heten en zegt vervolgens "na vijf bange jaren hebben wij belangrijke punten te bespreken" en gaat dan over tot de orde van de dag. En die orde is onder meer de vakantiebonnen van de schilders die op gelijk niveau zijn gebracht met die van de bouwvakkers. Een belangrijke verbetering volgens de voorzitter. De verbetering is voorlopig een papieren recht want er is geen geld om de bonnen te verzilveren. Logischer wijze leidt dat tot de nodige opmerkingen uit de kring van de leden. Een van hen suggereert om te trachten bij de sociale dienst geld los te peuteren. Naar verwachting van het bestuur is het een kwestie van tijd. Als tot verzilvering van de bonnen kan worden overgegaan zal dat bekend gemaakt worden door middel van convocaties en raambiljetten. Hoe gebrekkig de berichtgeving is zo kort na de Tweede Wereldoorlog, blijkt uit het feit dat op 30 juli bij de bouwvakkers niet bekend is dat de Bestuurdersbond op 4 juli heropgericht is. "Het is zaak dat het aangepakt wordt om een Bestuurdersbond te krijgen", aldus het verslag van de ledenvergadering. Een ledenvergadering die goed is bezocht met 49 aanwezige leden. Het ledental zal snel oplopen en eind 1946 zo’n 190 zijn.
Het bestuur van de ANB-Wageningen doet pogingen om Wageningen in een hogere gemeenteklasse te krijgen. De uurlonen van de schilders in Wageningen zijn 76 cent terwijl die te Arnhem 8 cent per uur meer verdienen. De ANB wendt zich tot de patroons voor een loonsverhoging. Op 18 september 1945 wordt op een extra ledenvergadering verslag gedaan. Aan de schilderspatroons is voorgesteld het uurloon te verhogen tot 82 cent. De bond vangt echter bot en de schilders gaan daarop in staking. Het resultaat is dat het uurloon naar 78 cent wordt opgetrokken.
Eind 1947 komt op een bijzondere ledenvergadering ook bij de bouwbond de oprichting van een eigen gebouw ter sprake. Het voorstel van de Wageningse Bestuurdersbond is dat verenigingen zich aansluiten met een contributie van f 25, – per jaar en de leden het initiatief ondersteunen met 10 cent per maand. De bouwbonders hebben er weinig woorden voor nodig om er mee in te stemmen. Later zal blijken dat instemmen niet onmiddellijk ook deelnemen is. Van de 190 leden nemen er vijftig deel aan het dubbeltjesfonds.
Het jaar 1947 mag voor de bouwvakkers een succesvol jaar worden genoemd. De vakantie wordt uitgebreid met zes snipperdagen en het risicofonds treedt in werking. Het laatste wil zeggen dat als een bouwvakker door omstandigheden geen 48 uur in de week kan werken hij toch alle uren krijgt doorbetaald. Het vorstverlet wordt uitbetaald tegen 90%. Bij langduriger ziekte dan drie weken worden de drie wachtdagen door de werkgever uitbetaald. Het ziekengeld wordt voortaan ook berekend over de toeslagen. In 1948 wordt het veertig jarig bestaan van de afdeling gevierd met een feestavond. Het heugelijke feit dat de afdeling de grens van 200 leden is gepasseerd geeft de avond extra glans.12

- een nieuw Volkshuis

In het voorjaar van 1947 voeren de partij, de vakbeweging en de coöperatie overleg over de overname van het Volkshuis. Het streven is om de kapitaalswaarde van het gebouw te gebruiken voor een fonds tot stichting van een nieuw gebouw. Op initiatief van de Wageningse Bestuurdersbond (WBB) wordt de Stichting Vrienden van het Volkshuis in het leven geroepen. Het doel is om een nieuw Volkshuis te stichten. Aan de verschillende organisaties binnen de Wageningse arbeidersbeweging wordt een bijdrage gevraagd. De sigarenmakersbond besluit de leden een extra contributie van 10 cent te vragen. De extra inkomsten zijn bestemd voor de stichting van een nieuw Volkshuis.
In 1949 blijkt er een conflict te zijn ontstaan tussen de coöperatie en de WBB. De eerste wil dat de Partij van de Arbeid (PvdA) meedoet in de opzet van het Volkshuis. De ANSTB stelt zich op het standpunt dat het Volkshuis er moet zijn puur en alleen voor de Wageningse arbeiders en daar past de PvdA in hun ogen niet bij. Sterker nog: als de PvdA er in komt gaan wij er uit, is de stelling van de voorzitter van de sigarenmakersbond op de ledenvergadering van 10 juni 1949. De opmerkelijke tegenstelling ten aanzien van de vraag, wie wel en wie niet tot de arbeidersbeweging mag worden gerekend kan niet worden overbrugd. Op de ledenvergadering van 15 september 1950 doet het bestuur van de afdeling Wageningen van de ANSTB de mededeling, dat zij zich heeft teruggetrokken uit de Vrienden van het Volkshuis. Voor de ANSTB is het Volkshuis van de baan. Het geld dat is gespaard kan nu mooi gebruikt worden voor de viering van het 60-jarig bestaan in 1952. Als een enkel lid zich hardop afvraagt of een samenwerking met de PvdA het draagvlak voor realisatie van het Volkshuis niet verbetert, is het antwoord: "we zijn niet tegen de PvdA, maar het moet een zaak van de arbeidersbeweging blijven. Trouwens, we hebben ook bezwaar tegen de statuten." Daarmee is de kous – of zou je in dit geval moeten zeggen: de sigaar? – voor de sigarenmakers af.13
Begin 1953 belegt de WBB met spoed een bestuursvergadering. De aanleiding is het voornemen van De Voorpost om Het Volkshuis te verkopen. Voorzitter Piet Braakman van de WBB doet na opening van de vergadering hierover mededeling en hij vertelt erbij welke stappen hij inmiddels heeft gezet om zo nodig tot koop over te kunnen gaan. Verhaaf betwist het recht van de De Voorpost om het pand te verkopen, maar Braakman maakt duidelijk dat De Voorpost de eigenaar is en dus wel degelijk tot verkoop over kan gaan. Besloten wordt om samen met de PvdA te trachten Het Volkshuis te kopen. De onderhandeling met De Voorpost leidt tot een koopprijs van f 3.400 waarvan f 400 contant en de overige f 3.000 in de vorm van een lening.14
Op 2 oktober 1953 gaan de PvdA’er Herman Driever en WBB voorzitter Piet Braakman naar de notaris en hebben, zoals de akte dat zo mooi vermeldt, "uit hun vermogen tezamen afgezonderd een bedrag van vijftig gulden en daarmee in het leven geroepen een Stichting tot exploitatie van een Volkshuis te Wageningen".15 Participanten in de stichting zijn de PvdA en het NVV. Het bestuur bestaat uit zes personen. Drie namens de PvdA en drie namens de WBB. Driever en Braakman onderkennen, evenals Schoute in 1906, dat de arbeidersbeweging om goed te kunnen functioneren niet zonder een eigen huis kan. Een verbouwing van het opnieuw in bezit genomen gebouw is noodzakelijk. Je moet er wel een beetje gezellig kunnen vergaderen is de wens. De verbouwing wordt mogelijk gemaakt door de Algemene Gebouwencommissie van het NVV en de verzekeringsmaatschappij De Centrale die resp. f 1000 en f 500 schenken aan Het Volkshuis. In 1957 is de restauratie gereed. Vanwege het altijd aanwezige geldgebrek om nieuwe spullen aan te schaffen worden ter gelegenheid van de ‘heropening’ door diverse verenigingen schenkingen gedaan. Zo schenkt de PvdA naast twee nieuwe stoelen ook f 30 voor verbetering van het meubilair. De leden worden opgewekt om ook bij te dragen in de kosten.16
Eind jaren vijftig krijgt Het Volkshuis een nieuw beheerders echtpaar. Jo en Wil Blankenstijn betrekken met hun kinderen het "Rode Bolwerk"aan de Heerenstraat. Curieus is dat zoon Henk later voor de PvdA bijna 23 jaar lang wethouder in Wageningen zal zijn. Wie zei hier iets over een paplepel? Het Volkshuis is druk beklant. Allerlei verenigingen en clubs houden er hun vergaderingen. Tussen de middag komen er tientallen werknemers van de sigarenfabrieken en de grafische bedrijven er hun boterham eten.17 Gedurende twintig jaar weet de stichting Het Volkshuis, zonder te vervallen in paracommerciële activiteiten, het hoofd boven water te houden. In 1973 moet het pand echter vanwege de te hoge exploitatiekosten worden verkocht.

- Willem Straatman

Het is mei 1997 als Willem Straatman vol nostalgie voor het pand aan de Heerenstraat staat waar tot 1973 het Volkshuis is gevestigd. Straatman: "De Jehovagetuigen huurden bij ons en ook de Apostolische kerk. Verder had Schimmelpenninck er iedere werkdag tussen twaalf en kwart over één een soort kantine. Een sociëteit voor ouderen werd het, toen Drees de AOW had ingevoerd. Toen de TV zijn intrede had gedaan, ging het bergafwaarts met het Volkshuis." De 75 jarige Straatman zit al zo’n halve eeuw in het bestuursleven in Wageningen en is vele jaren penningmeester van het Volkshuis. Straatman komt tijdens de Tweede Wereldoorlog in het bakkersvak terecht. Zijn vader, een kapper, is een kleine middenstander die niets moet hebben van vakbeweging. Straatman wordt dus niet onmiddellijk lid van de bond. Eerst een jaar na afloop van de oorlog sluit hij zich aan bij de Algemene Nederlandse Bond van Arbeiders (sters) in het Bakkers- Chocolade- en Suikerbewerkersbedrijf. Deze bond kent sinds 1914 een afdeling in Wageningen en gaat gemeenlijk door het leven als Bakkersgezellenbond. In 1948 vragen ze Straatman secretaris te worden van de afdeling en in één moeite door wordt hij ook tweede secretaris van de Wageningse Bestuurdersbond, voorloper van de NVV- en FNV-afdeling. Door zijn actieve lidmaatschap van de vakbeweging wordt het Volkshuis een tweede huis voor hem waar hij met grote regelmaat vertoeft. "In mijn tijd kregen de mensen bij Schimmelpenninck een halve cent per handgemaakte sigaar. Op een gegeven moment willen ze er een halfje bij. Onderhandelen met de baas hielp niet. In het Volkshuis werd er weer een staking voorbereid. En aan het eind van het liedje werd het driekwart cent." Straatman is voorzitter van het NVV te Wageningen als hem gevraagd wordt penningmeester van het Volkshuis te worden. Het NVV en de PvdA leveren elk drie bestuursleden, die gezamenlijk een min of meer neutrale voorzitter kiezen. "Het was", vertelt Straatman, "een rotzooitje tot en met. Kachels stonden gewoon op stenen. Met eigen mankracht en leningen bij de NVV-bank hebben we de zaak goed opgeknapt. Op de begane grond woonde de beheerder en die sliep op de derde. In mijn tijd hebben we die een eigen toilet en douche gegeven."
Schimmelpenninck krijgt een eigen kantine en de religieuze groeperingen een eigen onderkomen. Nadat de Jehova’s en de meeste bejaarden in ‘t Hoekje terechtgekomen zijn, raakt het Volkshuis in de rode cijfers. Straatman stelt voor om het pand te verkopen, wat in 1973 ook gebeurt.18

- ‘de kisten op tafel’

Een zichzelf respecterende organisatie is natuurlijk trots op zijn verleden. De sigarenmakers in Wageningen zijn een trots volkje en hechten erg aan hun identiteit. Dat betekent dat jubilea op zijn minst enige aandacht moeten krijgen. Een verhoging van de contributie is altijd omstreden, maar als het gaat om een extraatje voor het vieren van een jubileum dan wordt dat zonder slag of stoot aanvaard. Een zekere ‘romantiek’ kan hoofdbestuurslid Gorter dan ook niet ontzegd worden als hij in 1949 spreekt in Wageningen op een ledenvergadering en stil staat bij het feit dat oud-secretaris W. v.d. Hoeven, die naast vele andere verdiensten, ook het gedenkboek van de bond schreef, zeventig jaar is geworden. Gorter spreekt over de pioniers, die naast "durf, ook met hun gezin moesten lijden voor het principe waar ze voor stonden."19 Gorter kijkt niet alleen naar het verleden, maar ook naar de toekomst. Zijn inziens ziet die er voor de sigarenindustrie niet positief uit en dat komt doordat de patroons bezig zijn met mechaniseren en elkaar ‘op leven en dood’ beconcurreren. De bond is niet tegen het gebruik van machines, maar het moet niet ten koste gaan van mensen. Sinds 1936 is er een wet van kracht, die de patroons aan banden legt terzake mechanisering. Het verbod om te mechaniseren is lange tijd niet zo knellend, omdat de machinaal gefabriceerde sigaar niet de vereiste kwaliteit heeft en de handgemaakte sigaar de voorkeur geniet. Eind jaren veertig, begin jaren vijftig van de twintigste eeuw verandert dat gaande weg en komt de machinaal gemaakte sigaar steeds beter in de markt qua prijs/kwaliteitsverhouding. Het is dan ook geen wonder, dat de werkgevers alles in het werk stellen om de wet ongedaan te maken. De ANSTB ziet wel in dat de wet vroeg of laat zal sneuvelen en heeft samen met de werkgevers voor de bedrijfstak een Mechanisatiecommissie ingesteld, waar bondsvoorzitter Berens zitting in heeft. De bond slaagt er in om een overgangstermijn te creëren en de invoering geleidelijk te laten plaatsvinden. In 1958 wordt de wet uiteindelijk ingetrokken. De discussie met de leden over het nut van mechanisering heeft naast het werkgelegenheidsaspect toch vooral een dimensie van vaktrots: er gaat immers niets boven een goede handgemaakte sigaar.
In 1951 duikt het afdelingsvaandel plotseling weer op en tot ieders schrik staat daarop vermeld dat het oprichtingsjaar 1891 is, om precies te zijn 14 juli 1891 en niet zoals tot dan veronderstelt 1892. De jubileumavond wordt een jaar vervroegd en op 29 september 1951 zien we in grote getale de sigarenmakers met echtgenote in het zondagse pak naar het Junushoff trekken voor de feestavond met bal na. Een cabaretgezelschap uit Deventer verzorgt de avond. Misschien moet je 1951 wel het laatste ‘gelukkige jaar’ van de sigarenmakers noemen, ook al sluit sigarenfabriek Baart zijn productie. In de jaren erna is er elk jaar wel sprake van een zekere spanning; hetzij aan het loonfront, hetzij vanwege de werkgelegenheid.
Eind 1953 lopen de gemoederen hoog op. De patroons hebben een loonsverhoging van 5% voorgesteld, maar daar staan verslechteringen tegenover die per werknemer kunnen oplopen tot zo’n 15%. Het gaat slecht met de verkoop van sigaren en naast een forse loonsverlaging is er ook sprake van korter werken. Gevreesd wordt dat op niet al te lange termijn fors wat ontslagen gaan vallen. De zaal is bomvol als op 14 december op een ledenvergadering de toestand in het vak wordt besproken. De afdeling Wageningen spreekt zijn instemming uit met de bondsonderhandelaars die het voorstellen pakket van de werkgevers van de hand hebben gewezen. Desnoods, aldus de mening van de Wageningse sigarenmakers "moeten de kisten maar op tafel", om aan de werkgevers duidelijk te maken dat dergelijke voorstellen niet worden geaccepteerd. Sigarenmakers doen hun werk zittend aan tafels. Hun zitmeubel is een kist. Als de fabriek stil ligt staan deze kisten op tafel. "De kisten op tafel zetten" staat dan ook symbool voor een sigarenfabriek die stil ligt of in staking is. Het zal bij dreigen blijven. De voor de Tweede Wereldoorlog zo roerige sigarenmakers zullen na de oorlog niet meer staken ook al is het er in 1952 niet ver vanaf. Onder druk van de stakingsdreiging gaan de verslechteringen van de baan en kan er toch een aanvaardbare cao worden afgesloten.20
Vanwege de centrale loonvorming en het belang van het bedrijfstakoverleg, gevoerd door de top van de bond, raakt de afdeling steeds verder naar binnengekeerd. Grote en kleine dingen worden op de jaarvergaderingen wel gememoreerd, maar al snel wordt overgegaan tot de orde van de dag. En die orde is toch vooral de leden bijeen houden en het doorgeefluik zijn voor het hoofdbestuur. Omgekeerd werkt het ook: grieven van de leden worden doorgegeven aan het hoofdbestuur. Met het bijeenhouden van de leden is de afdeling behoorlijk succesvol, want jaar in jaar uit groeit het ledental wel een beetje. Hoogtepunt in het bondsleven is het driejaarlijkse congres. De afdeling, maakt veel werk van de voorbereiding van het congres. In de tussenliggende jaren komt het steeds vaker voor dat een ledenvergadering maar wordt overgeslagen. Als aan het eind van de jaren zestig de bond ophoudt te bestaan en opgaat in de Algemene Bedrijfsgroepen Centrale (ABC) telt de afdeling 284 leden.

- via NOV naar ABOP

Na afloop van de Duitse bezetting veroordeelt de Ereraad van het NVV zowel het bestuur van het Nederlandsch Onderwijs Genootschap (NOG) als die van de Bond van Nederlandsche Onderwijzers (BNO) wegens het te lang doorfunctioneren in de eerste oorlogsjaren. Het belet de beide besturen niet om in 1945 hun plaats weer in te nemen. De organisaties hebben echter hun krediet verspeeld. Voor een betere toekomst biedt de weg van fusie uitkomst. NOG + BNO = NOV of voluit Nederlandse Onderwijzers Vereniging. Er zijn twee concessies ten faveure aan het genootschap waarneembaar: ‘bond’ komt in de naam niet voor en het NOV sluit zich niet aan bij het NVV, waarvan het BNO sinds 1924 lid is. Ondanks de toetreding van de Mulo-vereniging in 1949 is pas in 1950 het ledental terug op het vooroorlogse niveau. De ‘gematigde sfeer’ in de jaren vijftig geeft de NOG’ers en de BNO’ers de kans naar elkaar toe te groeien. Drie thema’s beheersen het debat: als vanouds de zorg voor de openbare school, het ongedaan maken van de verslechteringen uit de crisisjaren (m.n. salaris en klassengrootte) en de Koude Oorlog. Eerst nadat in de jaren zestig economisch herstel intreedt boekt het NOV succes met haar materiële eisen. In 1966 fuseert de NOV met de Nederlandse Bond van Leerkrachten in het Nijverheidsonderwijs, zoals de oude Bond van Vakschoolleraren inmiddels heet, tot Algemene Bond van Onderwijzend Personeel (ABOP). Formeel gaat het om een fusie, maar in hoofdzaak wordt de werkwijze van het NOV voortgezet. Er zijn twee uiterlijk opvallende veranderingen: het begrip ‘bond’ is weer terug in de naam en de ABOP treedt in 1971 toe tot het NVV. De afdeling Wageningen van de ABOP telt in dat jaar 134 leden. Na 1970 ontwikkeld zich in de ABOP een nieuwe radicale stroming, waardoor de bond zijn stoffige naoorlogse cultuur kwijtraakt. In 1979 vindt in Amsterdam, tegen de groeiende werkloosheid, de eerste staking in het onderwijs plaats. Later wordt dit gevolgd door landelijke stakingsacties, waaronder een meerdaagse tegen salariskorting. De teleurstelling vanwege het uitblijven van resultaten geeft een terugslag in het ledental: van 48.000 naar 42.000 leden. Het is moeilijk opboksen tegen bezuinigingen van een centrum-rechts kabinet. Eind jaren tachtig krabbelt de bond weer op en komt ze uit de verdediging, onder meer door in het debat over verzelfstandiging van de scholen het initiatief te nemen. De relatie met de overheid verbetert, mede dankzij de terugkeer van de PvdA in de regering, en er kunnen weer overeenkomsten worden afgesloten inzake de arbeidsvoorwaarden en de inhoud van het onderwijs.

ANMB-afdeling Wageningen

Op zaterdag 3 april 1954 houdt de Algemene Nederlandse Metaalbedrijfsbond afdeling Wageningen een receptie in Hotel "Hof van Gelderland" ter ere van haar 40-jarig jubileum. De receptie wordt niet razend druk bezocht. Met het bestuur mee telt het receptieboek 51 handtekeningen. Van de ANMB zijn er bezoekers uit de afdelingen Arnhem, Renkum en Veenendaal en vertegenwoordigers van het district Gelderland en het hoofdbestuur. Uit Wageningen geven de volgende bonden acte de presence: Algemene Nederlandse Bouwbedrijfsbond (ANB), Algemene Nederlandse Bond voor Tabaksbewerkers (ANBT), Nederlandse Politiebond (NPB), Nederlandse Bond voor Horeca Personeel (NBHP), Algemene Bond voor Ambtenaren (ABVA), Algemene Bedrijfsgroepen Centrale (ABC), Algemene Nederlandse Grafische Bond (ANGB), Algemene Bond voor Voedings en Genotmiddelen (ABVG), Algemene Nederlandse Meubelmakersbond (AMB), Jonge Strijd (JS), Wageningse Bestuurdersbond (WBB), St. Eloy en de Christelijke Metaalbewerkersbond (CMB). Zo broederlijk bijeen is het een mooi overzicht van de vakbeweging te Wageningen anno 1954. Voor de gemeente Wageningen zijn burgemeester de Niet en wethouder Geldhoff aanwezig op de receptie.21

- Cees Kooyman

Cornelis Herman Kooyman is een geboren Wageninger. Het eerste geluid van Ceesje is te horen op 19 april 1922. Zijn vader werkt in de grafische industrie bij Vada. Het gezin is Nederlands Hervormd, maar vader stemt rood. Kooyman gaat tot zijn negentiende jaar naar school, wat in die dagen voor een arbeidersjongen lang is te noemen. Hij is opgeleid voor de metaalindustrie, meer specifiek als installateur en elektricien. Zijn eerste aanbieding voor werk is de overheid, maar dat is volgens vader Kooyman vaste armoe waar je maar beter vanaf kan zien. In 1946 werkt Kooyman bij de PGEM en is hij lid van de christelijke bond. Deze bond is echter niet al te adequaat met het verzilveren van de vakantiezegels, zodat de overstap wordt gemaakt naar de ‘moderne’ die in Wageningen wel het verzilveren van de vakantiezegels verzorgt. Bij de PGEM werkt Kooyman als 1e elektromonteur. Hij geniet daar als vakman een groot vertrouwen en opereert daarom zelfstandig zelfs in de ‘hoogspanning’. Om in de hoogspanningshuisjes te komen heb je een aparte sleutel nodig. Trots vertelt Kooyman dat hij tot vandaag de dag die sleutel zorgvuldig bewaart. Kooyman is van nature een opgeruimd mens die doorgaans met een gulle lach op het gezicht is gesierd. Veelal pleegt hij bij het ophalen van een herinnering te zeggen "het was toch leuk hé", om de luisteraar er van te doordringen dat niet alles kommer en kwel is geweest. In december 1953, na korte tijd bij het adviesbureau Plantenga-Vreezen te hebben gewerkt, gaat Kooyman werken bij Van der Weerd. Het wordt een langjarige arbeidsovereenkomst die eerst in 1985, Kooyman is dan 63 jaar oud, zal worden beëindigd. Het bedrijf Van der Weerd, een installateur, is in 1953 van start gegaan. Kooyman is bedrijfsleider elektro en verwarming. En passant neemt hij het loodgieterswerk er maar bij. Als op 29 december 1972 het 25-jarig bestaan wordt gevierd behoort Kooyman tot de oudgedienden van het bedrijf. Het jubileum wordt gevierd op een boot in de haven van Wageningen. "Iedereen is er", vertelt Kooyman, "personeel, klanten, concurrenten en natuurlijk de gemeente."
Kooyman sluit zich op 18 november 1946 aan bij de ANMB. Hij zal onafgebroken van die club lid blijven tot dat ze opgaat in de Industriebond NVV. Kooyman volgt zijn bond ook als de Industriebond NVV Industriebond FNV wordt en op zijn beurt weer opgaat in FNV Bondgenoten.
Kooyman is een actief lid die in 1950 wordt gekozen in het bestuur van de afdeling Wageningen. Het bestuur bestaat verder uit Wolde, die ook de leider is van de reisvereniging, Nelissen, de bode, Van Hattem, secretaris en Böhmer, voorzitter en Selbach, penningmeester. "Die Van Hattem was een prima secretaris", vertelt Kooyman, "achteraf zijn we er pas achter gekomen dat het feitelijke administratieve werk door zijn vrouw werd gedaan." Vanaf 1957 tot 1 januari 1971, de datum waarop de dan inmiddels Metaalbedrijfsbond NVV gedoopte bond opgaat in de Industriebond NVV, is Kooyman voorzitter. Hij heeft niet alleen oog voor de z.g. ‘vakactie’, maar ook grote belangstelling voor het bredere vakbondswerk. Vandaar dat hij het bestuurlijke werk voor de plaatselijke vakcentrale niet schuwt. Dat komt tot uiting in het penningmeesterschap van de Wageningse Bestuurdersbond. In 1975 stelt hij zich niet meer herverkiesbaar als penningmeester van de NVV-afdeling Wageningen. Later, in 1990, wordt hij nog eens als penningmeester geroepen als de FNV-afdeling in reorganisatie is. Het penningmeesterschap is sowieso aan Kooyman ‘gebakken’ want die functie bekleed hij ook voor het plaatselijke overleg orgaan van de drie vakcentrales NVV, NKV en CNV en voor de Stichting tot Exploitatie van het Volkshuis.
Van 1965 tot 1990 heeft Kooyman als vertegenwoordiger van de vakbeweging zitting in de commissies voor RWW en WVV (werkloosheidsuitkering) van de gemeente Wageningen.
Namens zijn afdeling is Kooyman een geziene vertegenwoordiger in de districtsraad van de Industriebond FNV in Gelderland.
Voor Het Volkshuis heeft Kooyman veel werk verzet. In de eerste plaats natuurlijk als penningmeester, maar ook door bij te dragen in de inrichting. "Het was toch leuk hé," hoor je Cees weer zeggen, "er waren veel vrijwilligers die een handje uitstaken bij het opknappen van Het Volkshuis aan de Vergersweg. De jongens van de Bouwbond zorgden voor het inzetten van nieuwe ramen en kozijnen en voor een nieuw plafond, de TL-balken kwamen uit de sloop en zo werd het een na het andere geregeld." Via Van der Weerd wordt tegen inkoopsprijs de nodige spullen geregeld en er wordt voor elektrisch licht gezorgd door een kabel te leggen naar de buren. Kooyman zorgt ook, met een van zijn zoons, voor het functioneren van de verwarming. En daarmee is de grootste rijkdom van Cees en zijn vrouw Riek, ter sprake gekomen: vijf dochters en drie zoons. De hele menagerie komt nog elke week samen in het knusse, maar niet al te grote ouderlijk huis. "We hebben gelukkig een tuin waar we alles in kunnen stoppen." Mevrouw Kooyman komt uit een rood nest. Zij is een dochter van Jan Hendriks, een sigarenmaker bij van Lonkhuizen. Hendriks is een actief lid in de arbeidersbeweging in Wageningen. Hij colporteerde met Het Volk in Wageningen, vertelt mevrouw Kooyman en dat heeft hem wel eens een pak slaag opgeleverd. Kooyman is gestopt met het werk voor de arbeidersbeweging. Alleen in de stichting Bevordering Eigen-woningbezit is hij nog actief, al denkt hij erover daarmee binnenkort ook te stoppen. De functie van hem in de stichting? Het kan eigenlijk geen verrassing meer zijn: penningmeester natuurlijk.
Cees Kooyman, een kleine man met grote verantwoordelijkheden. Die er lange jaren in slaagt het geld de baas te blijven en daarmee nooit in moeilijkheden te komen.

- inspraak

Eind jaren vijftig dringt de behoefte aan inspraak in de PvdA partijgelederen door. Als één van de leden in 1956 vraagt op de ledenvergadering om over bepaalde onderwerpen de middenstandsvereniging te raadplegen, haalt dat nog bakzeil. De middenstanders moeten zich maar vervoegen bij hun eigen partij in de gemeenteraad is kortweg het standpunt. Eind 1957 wordt er echter, voorafgaande aan een nieuwe raadsverkiezing, een heuse enquête georganiseerd om er achter te komen hoe de achterban denkt over de gevoerde gemeentepolitiek. Van de 500 uitgezette enquêteformulieren zijn er 226 terugontvangen. Aan de hand van de vragen op het formulier legt de fractie op de ledenvergadering van 28 november 1957 verantwoording af. In het algemeen komt de fractie tot de conclusie dat ze het helemaal niet zo slecht doet in de ogen van de achterban. De beginselen van het democratisch-socialisme worden, aldus fractievoorzitter Driever, bij de begrotingsbehandeling met verve ingebracht. Driever is ook van mening, dat de woningbouw geheel plaats vindt volgens de mogelijkheden die de financiering van de verschillende woningbouwtypen toelaat. Zijn fractiegenoot, mevr. Van der Meer, bespreekt de gang van zaken bij de plantsoenendienst. De vergadering is het niet onmiddellijk eens met de positieve benadering van de fractie. Wat planmatiger werken in de fractie strekt tot aanbeveling, aldus partijgenoot Krijnen, die ook meent dat Wageningen Hoog uit stedenbouwkundig oogpunt een misbaksel is. De aanleg van plantsoenen door de gemeente vindt geen genade bij partijgenoot Van Velzen. Hij is ook niet te spreken over de topsalarissen onder de ambtenaren. Dit onderwerp is een gevoelig punt voor de fractie. Bij de behandeling van de salarisverhoging van het gemeentepersoneel is door de fractie verdeeld gereageerd ten aanzien van de hoogte van de loonsverhoging voor de hogere ambtenaren. Even komt nog het uiterwaardenplan ter sprake. Hoe financier je dat, is de klemmende vraag van partijgenoot De Vries, maar Geldhoff kan hem gerust stellen. Ondanks de kritische noten blijkt toch ook, dat de ledenvergadering vindt dat de fractie het wel goed doet.22

- gemeenteraadsverkiezing 1958

Het eerste wat opvalt aan de kandidatenlijst van de PvdA voor de gemeenteraadsverkiezingen van 1958 is het ontbreken van Geldhoff op de lijst. Geldhoff die op 9 december 1957 75 jaar is geworden stopt er mee na 48 jaar gemeentepolitiek. Hij zal nog jaren met belangstelling de gemeentepolitiek blijven volgen. Geldhoff overlijdt op de hoge leeftijd van 95 jaar in 1978. In 1910 is hij gekozen in het afdelingsbestuur als penningmeester. Onafgebroken is hij daarna afdelingsbestuurder geweest enige jaren als voorzitter, later als 2e voorzitter. In 1919 wordt hij gekozen in de gemeenteraad. Na afloop van de Tweede Wereldoorlog valt hem ook het wethouderschap ten deel. Een halve eeuw actief in de gemeentepolitiek, maakt van hem een waarachtig monument. Geldhoff doorloopt alle fases die de partij doormaakt in Wageningen. Van propagandaclub die niet veel meer kan dan ageren voor algemeen kies- en stemrecht, tot oppositionele partij in de gemeenteraad en na WO II de grootste partij in de raad met bestuurlijke verantwoordelijkheden. De partij groeit in zijn rol en Geldhoff groeit mee. Het is Driever die nu de rol van lijsttrekker en partijleider overneemt, op de lijst gevolgd door ‘good old’ Roskam die de partij ook al lange jaren dient in fractie en bestuur. In het afdelingsbestuur bekleedt hij de functie van secretaris. Om de verkiezingsactie in goede banen te leiden wordt de gemeente in vijf rayons verdeeld en wordt voor elk rayon een wijkhoofd benoemd. De jonge leden van Nieuwe Koers nemen één rayon voor hun rekening. Aan de leden wordt een bijdrage gevraagd voor het verkiezingsfonds. De Vrouwengroep zal de inning verzorgen. Natuurlijk wordt er een openbare vergadering georganiseerd, affiches geplakt en advertenties geplaatst. Kennelijk is de verhouding van de PvdA met de Veluwe Post niet zo gunstig, want door Postma wordt gevraagd wat te doen aan de "voor ons minder sympathieke artikelen in het blad de Veluwe Post." De vergadering vindt dat niet zo eenvoudig en besluit dat het maar het beste is om het dood te zwijgen. De fractie groeit van 6 naar 7 zetels, maar dat is niet het gevolg van een grotere kiezersgunst, maar vanwege een uitbreiding van de raad van 17 naar 19 zetels. Ondanks dat het gehoopte groter aantal stemmen voor de PvdA uitblijft, verandert er weinig aan de verhoudingen in de Wageningse raad. Aan Geldhoff die de actieve politiek verlaat wordt een afscheidsreceptie aangeboden, waarvoor iedereen die actief is in de Wageningse arbeidersbeweging voor zal worden uitgenodigd.

- 1 Mei

Op 1 mei 1958 herleeft in Wageningen een traditie die begon in 1933. In die moeilijke periode, een economische wereldcrisis met grote werkloosheid en dreiging van geweld, wil de socialistische beweging in Wageningen getuigen van haar streven naar een betere wereld door ook in Wageningen de 1 meiviering te organiseren. Om de 1 meiviering te ondersteunen geven SDAP en NVV gezamenlijk de Meibode uit. Gedurende de crisisjaren wordt deze krant jaarlijks uitgegeven. In 1958 herleeft ook de Meibode. Opnieuw is het een samenwerking tussen NVV en PvdA. Na het eerste jaar voegt zich daar de VARA bij. Op het 1 meifeest in 1958 dat plaats vindt in het Junushoff treedt een toneelgroep op, samengesteld uit partij en vakbondsleden met "De Meid" van Herman Heijermans. Als spreker treedt op Herman van Kuilenburg, directeur van de Arbeiderspers en hoofdredacteur van Het Vrije Volk. De Meibode houdt het uit tot 1969 en geeft telken jaren een overzicht van het feestprogramma. Opmerkelijk is dat de krant zich ontwikkelt als een advertentieblad waarin niet alleen de rode familie adverteert, maar ook heel veel middenstandsbedrijven in Wageningen.

- Jonge Strijd

In 1961 wordt op initiatief van de WBB de afdeling van Jonge Strijd heropgericht. Jonge Strijd Wageningen is in 1950 voor de eerste maal tot leven gewekt, maar na enkele jaren actief te zijn geweest in 1954 ter ziele gegaan. WBB secretaris van Wijk is de animator die op de heroprichtingsvergadering uiteenzet wat het nut is van een jeugdorganisatie en de relatie die deze heeft met het NVV. In het bestuur worden gekozen: Sake Bakker, voorzitter, Ria en Jan van Pluuren, respectievelijk als secretaris en penningmeester en Bert van Wijk, Mieke van Harn en Hennie van Tricht als bestuursleden. De afdeling start met 30 leden, 13 meisjes en 17 jongens. Anders dan het later uit Jonge Strijd voortgekomen NVV-Jongerencontact, die zich inzet voor de materiele belangen van jongeren, houdt Jonge Strijd zich vooral bezig met cultuur en welzijn. Het jaarprogramma is dan ook rijkelijk vol beladen met cabaret, toneel en speur- en oriëntatietochten. Maandelijks, vaak ook wel meerdere keren per maand, is er wel wat te doen. Op de clubavonden wordt vaak gedanst en enkele malen in het jaar zijn er kampeerweekenden. Dat de vakbondsjongeren bezield zijn met hoge normen mag blijken uit hun motto: "De maatschappij rechtvaardiger te maken, waarbij wij respect aankweken voor anderen die naast ons door het leven gaan. Opkomen voor onze rechten en een open oog voor onze plichten." In 1968 wordt Jonge Strijd omgedoopt tot NVV-Jongerencontact. De afdeling Wageningen is dan al ter ziele en een afdeling van het NVV-Jongerencontact is er ondanks enkele pogingen daartoe niet gekomen.

- 25 jaar NKGB-Wageningen

Op 16 februari 1962 herdenkt de Nederlandse Katholieke Grafische Bond (NKGB) afdeling Wageningen haar 25-jarig bestaan. De NKGB is een ‘nakomertje’ in het wereldje van de arbeidersbeweging in Wageningen. Ga maar na: tussen de (eerste) oprichting van haar oudste broer de ANTB en de oprichting van de NKGB te Wageningen zit maar liefst zeventig jaar. Feitelijk is de afdeling een onderafdeling van de standsorganisatie waarvan de leden ook lid moeten zijn. Het belang van de katholieke organisatie wordt op de oprichtingsvergadering door bondspenningmeester Nelissen naar voren gebracht. Het is volgens hem "vooral nodig om binnen alle stromingen van deze tijd het katholieke beginsel goed na te komen." Neemt niet weg dat er met optimisme wordt gestart op de oprichtingsvergadering in het gebouw van de Katholieke arbeidersbeweging St. Jozef aan de Gerdesweg. Het aantal leden van de nieuwe afdeling bedraagt 11 mannen en 3 vrouwen, die voornamelijk bij Vada werken. Natuurlijk houdt de NKGB zich bezig met belangenbehartiging en sluit ze mee de cao voor het grafische bedrijf af, maar er is toch een aanmerkelijk verschil met haar zusterorganisatie de ANTB. De Rooms-Katholieke organisatie is meer naar ‘binnengekeerd’ en meer gericht op het geestelijke dan op het materiele leven. Deze ‘ingetogenheid’ komt ook tot uiting op de viering van het jubileum in hotel De Wereld. De voorzitter van de afdeling heet alle gasten van harte welkom en neemt ze in gedachten mee terug naar het oprichtingsjaar. Hij vindt het verheugend dat aanwezig is W. van Dinter die immers al correspondent is van de NKGB nog voor de oprichting van de afdeling. Van Dinter is daarna jarenlang penningmeester van de afdeling. Het moet hem deugd doen, aldus Bos, dat er nu een afdeling is met 110 leden. De jubilerende afdeling krijgt de felicitaties van de bondsvoorzitter Van Werkhoven en geestelijk adviseur kapelaan Dikhoff. Het mandoline ensemble ‘Splendora’ zorgt voor muziek als start van een gevarieerde avond van zang en humor met bal na, onder leiding van het dixielandorkest ‘Rhine Bank Seven’. De jubileumviering is zeer geslaagd getuigen de positieve reacties na afloop van de leden.23

- net een gewoon bedrijf

Werken bij de overheid heeft jarenlang het imago van ‘een vaste betrekking met vaste armoede’ en dat beeld bevat veel waars. De ‘baanzekerheid’ is groot, maar dat garandeert geenszins een hoog inkomen. Ondanks alle vooroordelen die er rond ambtenaren bestaan, heeft het werken bij de overheid toch erg veel weg van het werken bij een gewone onderneming, met uitzondering dan van de baanzekerheid. Door de jaren heen zien we in het overleg tussen werkgever en werknemers zaken aan de orde komen die elders ook aan de orde zijn. In 1957 wordt er gebakkeleid over de reisgeldregeling, in 1960 is er onrust over de slechte loonontwikkeling en in het midden van de jaren zestig zien we het vraagstuk van de medezeggenschap een rol spelen en worden er dienstencommissies (ondernemingsraden) opgericht. De Algemene Bond van Ambtenaren (ABVA) kent voor alle overheidsbedrijven in Wageningen een overkoepelende afdeling. Het bestuur bestaat in 1961 uit negen personen van wie er vier werken bij de Landbouwhogeschool (LHS), twee bij de gemeente Wageningen, twee bij de PTT en één bij de Provinciale Gelderse Elektriciteit Maatschappij (PGEM). In de afdeling zijn vakgroepen actief met een eigen vakgroepbestuur onder meer voor gemeente, landbouw en de PTT. In 1965 telt de ABVA afdeling Wageningen 456 leden, maar dat is slechts een tussenstand want jaar in jaar uit neemt het aantal leden fors toe. De ABVA is veruit de grootste NVV, en nadat ze in 1982 ABVAKABO is geworden, FNV-bond in Wageningen. Adel verplicht en we zien dan ook dat de ambtenaren hofleverancier zijn voor de Wageningse Besturenbond (later NVV afdeling), De Voorpost, Het Volkshuis en de PvdA. Bekende namen als Willem Straatman, J. van Aggelen, H. Tap, Rinus Tazelaar, Dick Masdorp en Henk Blankestijn – en dit is slechts een willekeurige greep – hebben allen een AbvaKabo status. Volgens Peter Glasbergen, PvdA-afdelingsvoorzitter van 1975 tot 1981 en secretaris van de stichting ‘Het Volkshuis’ van 1980 tot 1982, zorgt het feit dat de Abva(Kabo), de grootste bond is in het NVV en later de FNV ook wel tot strubbelingen en onderlinge kongsievorming. Vooral de Bouwbond is het een doorn in het oog dat de macht van de Abva schier onaantastbaar is.
Op 1 januari 1970 telt de afdeling 667 leden waarvan bij de Landbouwhogeschool 151 en bij de instituten 165. Bij de gemeente treffen we 84 leden aan en verder nog 56 bij het scheepsbouwkundig proefstation en 32 bij de Pieter Pauw Stichting.24
1969 is een jaar van onrust bij universiteiten en hogescholen. Acties en bezettingen zijn er alom waaronder die van de afdeling voorlichting van de Landbouwhogeschool. Democratisering van de samenleving en die van het onderwijs in het bijzonder staan hoog op de maatschappelijke agenda.

- democratisering

De radicalisering van de samenle-ving, die zich voltrekt in de tweede helft van de jaren zestig, krijgt in de eerste helft van de jaren zeventig pas haar volle om-vang in de vakbeweging. Alles moet anders en vooral het geloof in: alles kan anders is kenmer-kend. Democrati-sering is een belang-rijk thema in veel geledin-gen van de samenleving en derhalve ook in de vakbewe-ging. Het is opvallend dat de radicalisering van de vakbeweging laat inzet. De tijd waarin de economische groei op het hoogtepunt is is dan al voorbij. De vraag naar democratisering in de vakbewe-ging is dan ook meer een reactie op de discus-sie in de samenleving dan een initia-tief. De wens tot veran-deringen bereikt de vakbeweging laat. De generatie die opgroeit in de jaren zestig op de vleugels van en nieuwe jongeren-cultuur – de popgeneratie – en die zich aansluitend via jongerenprotest voortzet in verscheidene bewegingen, waaronder die van studenten, wordt pas daarna in de opstelling van de bonden merkbaar. De econo-mische opbouw na de tweede wereldoorlog is in de jaren zestig min of meer vol-tooid. Er is een vrijwel volledi-ge werkge-legen-heid en het sociale zeker-heidsstelsel is afgetim-merd. Alleen de algemene arbeids-ongeschikt-heidswet (AAW) ontbreekt nog, maar dat lijkt niet meer dan een kwestie van tijd. Het gaat goed in Neder-land in de jaren zestig. De econo-mi-sche groei is groot en niemand rekent er op dat het weer minder kan gaan met de economie. De gunstige economi-sche voor-uit-zichten leiden ertoe dat het verlangen naar meer deels wordt vervan-gen door het verlangen naar beter. Een simpele loonsver-hoging is mooi, maar vrije tijd is misschien toch nog mooier, al heb je daar dan wel (vakan-tie)geld voor nodig. Niets is immers zo duur als vrije tijd. Volledige werkgelegen-heid is belang-rijk, maar deze moet dan wel vol-waar-dig zijn. De kwali-teit van het bestaan kent vele facet-ten, zeker als het niet meer primair gaat om het ‘naakte be-staan’. Naast inkomen is het belangrijk om als volwaar-dig mens en burger in werk en samenle-ving een rol te spelen. Democra-tie niet alleen als beginsel, niet alleen één maal in de vier jaar, maar voortdurend! De werknemer en de burger wensen in-spraak, (mede)zeggen-schap en vooral invloed. De poli-tieke democratie is in beweging. D’66 wordt opgericht, maar ook de al bestaande politieke partijen schudden soms op hun grond-vesten. De PPR heeft genoeg van de KVP en begint voor zichzelf. Twee jaar later overkomt de PvdA hetzelfde met de oprichting van DS’70. Daar moet dan wel bijgezegd worden dat de PPR een linkse en DS’70 een rechtse afsplit-sing is. In de poli-tiek moet het in ieder geval anders vinden velen. Het is tijd voor een linkse meerder-heid en die wordt dan ook openlijk beleden. De verwachtingen zijn hoog gespan-nen. De opvat-ting is: de ‘samenleving maakbaar’ is en dat moet in Den Haag worden geregeld. In de eerste helft van de jaren zeventig gaat dat bij de PvdA onder het motto "Een betere verde-ling van kennis, macht en inkomen", een motto dat van de Indus-triebond NVV is overgenomen.25 De jaren zestig zijn de jaren van de inko-mens-stij-ging en de toename van de consumptie. De top van de econo-mische ontwikkeling ligt tussen 1968 en 1973.26 Er is sprake van een groot-schalige massa-con-sump-tie. De ar-beids-markt kent als ‘nieuwe’ fenomenen de ‘gastarbeider’ en als gevolg van de ‘tweede’ emancipa-tie-bewe-ging een grotere toetre-ding van, vooral herintre-dende, vrou-wen. Niet in de laatste plaats is er sprake van een technische revolu-tie. Na het tijdperk van de mechanise-ring is het tijdperk van de automa-ti-sering aangebroken. De computer doet, weliswaar nog mondjes-maat, zijn intrede. In 1965 zijn 450 compu-ters in Nederland in gebruik. De automati-sering zal veel werk verlo-ren doen gaan. Speciaal op die plaatsen waar sprake is van bulkadmini-stratie en eenvoudige handenarbeid. De werkelijkheid van de ‘volle-dige werkge-le-gen-heid’ wordt vanaf het midden van de jaren zestig ruw ver-stoord door de eerste grote ontslaggol-ven en be-drijfs-sluitin-gen. Deze reorganisa-ties worden gezien als inciden-ten en worden dan ook als zodanig tegemoet getreden. Pas in latere jaren zal duide-lijk worden dat ‘alles moet anders’ ook de arbeidsmarkt omvat-.

- Vrouwenbond NVV

Nadat eerdere pogingen zijn mislukt om in Wageningen een afdeling van de Vrouwenbond op te richten wordt in oktober 1966 de belangstelling voor het werk van de NVV-Vrouwenbond gewekt op een modeshow georganiseerd door de WBB en het Centraal Bestuur van de Vrouwenbond van het NVV. Een maand later, op 23 november 1966, wordt de afdeling Wageningen van de Vrouwenbond opgericht. De afdeling telt een half jaar later 34 leden die regelmatig bijeenkomen. Geheel in de geest van de tijd richt de Vrouwenbond zich op de echtgenotes van de (mannelijke) leden van het NVV. De activiteiten van de afdeling sluiten daar dan ook naadloos op aan. De vrouwen behandelen in het eerste jaar van hun bestaan onder meer: vakantiebesteding, het werk van de kinderpolitie en de kinderbescherming. Samen met de Vrouwenbond van de PvdA wordt de PGEM te Arnhem bezocht voor bak- en kookdemonstraties en voor informatie over het gebruik van gas voor verwarmingsdoeleinden.

- Breedspoor

In het jaarverslag 1969 van de Abva afdeling Wageningen wordt een opmerkelijke vraag opgeworpen: "En wat doet of deed de ABVA?"27 De vraag wordt gesteld tegen de achtergrond van de nota Veringa, minister van onderwijs, die de organisatie van het hoger onderwijs ter discussie stelt en daarmee ook de gemoederen op de Landbouwhogeschool bezig houdt. Het antwoord op de vraag moet overigens luiden: veel. De vraag of een bond wat doet of niet is merkwaardiger wijze gekoppeld aan de hoofdbesturen van een bond. Er wordt derhalve altijd gekeken naar Amsterdam of Den Haag daar waar de hoofdkantoren van de organisaties zijn gevestigd. Afdelingsbestuurders of vakgroepbestuurders zien zelden hun werk als het werk van de bond. ABVA-afdelingsvoorzitter H. Tap heeft zitting in wat genoemd wordt Commissie Breedspoor. Deze commissie waarin het bestuur, de studenten en het niet-wetenschappelijk personeel zijn vertegenwoordigd heeft de opdracht op basis van de nota Veringa bestuur en organisatie van de Hogeschool te regelen. Tap komt in het jaarverslag tot de conclusie dat het niet-wetenschappelijk personeel zich volledig heeft ingezet, maar tussen twee molenstenen – bestuur en studenten – is geraakt. De partijen stellen zich zeer categoraal op met weinig begrip voor de ander. Over de doelstellingen wordt eindeloos en bij herhaling gediscussieerd met als gevolg dat door tijdnood de organisatie van de Hogeschool nieuwe stijl niet of nauwelijks aandacht krijgt. Het lijkt er even op dat er een voorlopige hogeschoolraad komt, maar die moet toch nog even op zich laten wachten. Voor de ABVA zelf betekent deze gang van zaken dat ze een landelijke adviesraad voor het wetenschappelijk onderwijs instelt. In Wageningen komt binnen de ABVA-afdeling, naast de al bestaande vakgroepen, nu ook een vakgroep Landbouwhogeschool tot stand.
In 1970 wordt de Wet democratisering wetenschappelijk onderwijs (wet Veringa) aanvaard en komt er een eind aan een jarenlange discussie. De eerder gewenste Hogeschoolraad komt er nu toch.
In 1971 viert de ABVA afdeling Wageningen zijn 25-jarig bestaan. De afdeling telt dan 792 leden. De groei in aantal leden is daarmee nog lang niet ten einde. De jaren zeventig van de 20ste eeuw verlopen vrij voorspoedig voor de ambtenaren en hun bonden. Eerst aan het eind van het decennium beginnen zich aan de horizon donkere wolken te vormen onder de titel: Bestek ’81. 

  1. Afdeling Wageningen der SDAP. Verslag over de periode augustus 1939 tot februari 1946
  2. J.M. Fuchs en G. Fiege, Wageningen 700 jaar stad (Wageningen 1963) p. 51-60
  3. Archief SDAP/PvdA afdeling Wageningen (1902-1978) in: GA Wageningen Inv. Nr. 24
  4. A.P. Minderhoud, De Landbouwhogeschool op een keerpunt. Jubileumboek ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de Landbouwhogeschool te Wageningen (Wageningen 1968) p. 36
  5. M.M. van Hoffen, ‘Wageningen, centrum van landbouwwetenschap’ in: C.B. Alsche e.a., Gelderland. Officiële propaganda-uitgave met medewerking van het provinciaal bestuur van Gelderland, V.V.V’s en tal van andere autoriteiten en instanties (Amsterdam 1954) p. 223-224
  6. A.P. Minderhoud, De Landbouwhogeschool op een keerpunt. Jubileumboek ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de Landbouwhogeschool te Wageningen (Wageningen 1968) p. 37
  7. Jaarverslag 1953 Wageningse Bestuurdersbond.
  8. Archief SDAP/PvdA afdeling Wageningen (1902-1978) in: GA Wageningen Inv. Nr. 24
  9. L. Klep, Adres Wageningen. De geschiedenis van wageningen in 37 verhalen. (Wageningen 1992) p. 75
  10. Notulenboek afdeling Wageningen der Alg. Ned. Sig. en Tabaksbew. Bond (Wageningen 1945-1954)
  11. Wik (Wekelijkse Industrie Krant). Vakblad van de Industriebond NVV (Amsterdam 20-11-1974) Nr. 42
  12. Notulenboek leden- en jaarvergaderingen ANB Wageningen 1945-1987
  13. Notulenboek afdeling Wageningen der Alg. Ned. Sig. en Tabaksbew. Bond (Wageningen 1945-1954)
  14. Notulenboek Wageningse Bestuurdersbond 1950-1969
  15. Openingstoespraak Volkshuismanifestatie (20 maart 1976)
  16. Archief SDAP/PvdA afdeling Wageningen (1902-1978) in: GA Wageningen Inv. Nr. 27
  17. W. Straatman,’Zo’n halve eeuw geleden’ in: Blankestijn, wethouder (Wageningen 2002)
  18. ‘Kwart eeuw geleden sloot oude Volkshuis’ in: De Veluwepost (21 mei 1997)
  19. Notulenboek afdeling Wageningen der Alg. Ned. Sig. en Tabaksbew. Bond (Wageningen 1945-1954)
  20. Notulenboek afdeling Wageningen der Alg. Ned. Sig. en Tabaksbew. Bond (Wageningen 1954-1967)
  21. Receptieboek ter gelegenheid van het veertig jarig jubileum Alg. Ned. Met. Bedrijfsbond, afd. Wageningen 3 april 1954
  22. Archief SDAP/PvdA afdeling Wageningen (1902-1978) in: GA Wageningen Inv. Nr. 27
  23. Archief Nederlandse Katholieke Grafische Bond afdeling Wageningen. Notulenboek 1937-1957 en notulenboek 1958-1975
  24. Archief Abva (AbvaKabo) afdeling Wageningen 1957-1991
  25. Industriebond FNV, Fijn is anders (Amsterdam 1974)
  26. P.A.M.Lakatos/R.M.van Kralingen, Naar 1990: een kwestie van tijd en geld (Amsterdam 1985) p.19.
  27. H. Tap, ‘De groep landbouw’ in: Jaarverslag 1969 ABVA afdeling Wageningen (Wageningen 1970) p. 13